De vader had 's nachts altijd last van een nachtmerrie. Vanaf het moment dat de vrouw die er op aan gekeken werd, was gestorven, kwam de nachtmerrie niet meer. Ze was één van zeven zusters.
Een paar rijkelui had een dienstmeisje dat niet bang was. Op een avond was ze alleen thuis. Toen hoorde ze rovers bij de deur zeggen dat ze een gat onder de deur zouden maken en er doorheen zouden kruipen. Het meisje wist de sabel in de slaapkamer…
De vader van de verteller woont in zijn jeugd een huis met zeven kamers. Een van de kamers is logeerkamer. Daar slapen vaak zwervers. Op een keer zit er een man met de grootvader van de verteller buiten met een krant. Hij knipt er soldaatjes uit en…
Toen de verteller kind was, was er in Kollum een oud vrouwtje dat met de melkwagen reed. Die riep altijd driemaal: 'Driemaal in de Godsnaam, Wytske Stut kan toveren'.
Nachtmerries knijpen iemands hals dicht. Eén van zeven meisjes is nachtmerrie. Zij komt altijd door het sleutelgat. Middelen tegen de nachtmerrie zijn meel strooien (dat mogen ze niet meenemen) en één pantoffel goed en de andere achterstevoren voor…
Wie een wisseldaalder wil hebben, moet drie keer met een kat in een zak om de kerk lopen en elke keer tegen de kerkdeur roepen: 'wie koopt er mijn kat voor een daalder'. De derde keer overhandigt hij de zak aan iemand die achter de deur staat en…
Drie vrouwen willen stevig aan de slag met een geile olifant. De eerste twee komen tevreden terug, maar de derde niet en een bloespoor volgt haar. De olifant kon niet meer na de eerste twee vrouwen, maar wilde persé de derde vingeren.
Een goochelaar doet zijn trucjes op een cruiseschip. Een papegaai verklapt iedere keer hoe de goochelaar het doet en de goochelaar stopt ermee. Het schip vergaat, maar de papegaai en de man weten een stuk drijvend hout vast te pakken. Na drie uur wil…
Drie slakken lopen door de woestijn en vinden eindelijk een café waar ze water bestellen. De barkeeper heeft echter maar twee glazen. De jongste slak gaat naar huis om een glas te halen, maar de andere twee slakken moeten beloven niets te drinken…
Iemand krijgt een bekeuring omdat hij te hard rijdt. De bestuurder zegt dat hij geen 170 kilometer per uur gereden kon hebben, omdat hij pas een half uur de auto in zijn bezit heeft.
Een vrachtwagenchauffeur die spruitjes vervoert heeft geen paspoort bi zich maar mag de grens over als hij tien spruiten in zijn mond kan doen. Hij moet lachen, omdat de chauffeur achter hem ook geen paspoort heeft en bloemkolen vervoert.
Twee Belgen komen met hun vrachtwagen vast te zitten onder een viadukt. Als een politieagent oppert dat ze de banden leeg laten lopen, zegt één van die Belgen dat de wagen van boven en niet van onderen vastzit.
Jantje geeft een raadsel aan de juf over iets wat strak en droog is als het ergens in gaat en slap en nat er weer uitkomt. Jantje bedoelt een theezakje, maar de juf denkt dat hij iets anders bedoelt.