De mensen vertelden dat stallichten de zielen van ongedoopte kinderen waren. Wanneer de mensen in het donker te paard naar de markt gingen, kwam er een stallicht op het paard.
Dwaallichtjes deden de mensen verdwalen en waren bovendien vaak een slecht voorteken. Sommige mensen geloofden dat dwaallichtjes de zielen van ongedoopte kinderen waren.
Tijdens de oorlog ging Tut bij de molen van Muizen een zak meel halen. Toen hij terugkwam, zag hij een lichtje en volgde het. Het dwaallichtje leidde hem helemaal rond, door de bieten en de modder. 's Ochtends had de man eindelijk de weg…
Stalkaarsen waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Men mocht niet naar die lichtjes wijzen, want dan sprongen ze op de persoon die hen had uitgedaagd. Een jongen die toch eens naar een lichtje had gewezen, was snel naar binnen gevlucht en had…
Bij de familie P. had een ongehuwde dochter een kind gekregen. Men had het kindje gewurgd en daarna in een put geworpen. Omdat het kindje niet gedoopt was, werd het na zijn dood een dwaallichtje dat kwam spoken. Sindsdien gebeurden in het huis vaak…
Stallichten waren de zielen van ongedoopte kinderen die 's nachts rondzweefden. Het waren zielen die op de dool waren omdat ze niet in de hemel, de hel of het vagevuur terecht konden. Wanneer men naar een stallicht wees, werd men blind.
In Alt-Hoesselt was een ongedoopte man gestorven. Na zijn dood kwam de man om middernacht spoken in het huis van zijn twee dochters, waar hij alles overhoop gooide. De meisjes waren al bij verschillende paters te rade gegaan. Uiteindelijk was er…
Achter de Cavalerie in Leopoldsburg was een groot bos waar veel dwaallichtjes rondzweefden. Men vertelde dat dwaallichtjes de zielen van ongedoopte kinderen waren, die moesten rondzweven.
Nadat een vrouw uit Diepenbeek een dwaallichtje had gedoopt, stond er plots een oude man voor haar. Het was de ziel van een man die ongedoopt was gestorven. Omdat de vrouw niet had gezegd "Ik doop u alleen", verschenen er even later honderden…
Een man zag 's avonds een dwaallichtje boven de Schijnskuil achter het kerkhof van Bocholt. Koob V.E. probeerde tevergeefs met zijn geweer naar de lichtjes te schieten. Dwaallichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen.
In de beemden verschenen 's avonds vaak dwaallichtjes. Dat waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Wanneer de mensen dwaallichtjes zagen, begonnen ze te bidden. Even later verdwenen de lichtjes omdat de zieltjes verlost waren.
Dwaallichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Een boer die met zijn kar onderweg was, zei: "Hé, dwaallichtje, als je naar hier komt, dan zal ik je dopen". Het volgende ogenblik zat de kar helemaal vol met dwaallichtjes.
Tijdens de viering van het vijfhonderdjarig bestaan van Onze Lieve Vrouw van Sint-Jan zou er een mirakel zijn gebeurd. Een pasgeboren kind dat ongedoopt was gestorven, zou levend geworden zijn. Nadat het gedoopt was, zou het opnieuw zijn gestorven.
Een man die 's avonds langs de Houterestraat naar het bos van Suska ging, zag onderweg dwaallichtjes voor zich uit zweven. Toen de man bijna bij Maria V.M. was, veranderden de dwaallichtjes van richting en vlogen naar het bos van Z. De mensen…