Een jongetje kwam samen met zijn vader terug van de kermis in Hasselt. Opeens zag de jongen boven het water naast het dennenbos een dwaallichtje zweven. Dwaallichtjes waren zieltjes van kinderen die ongedoopt waren gestorven.
Dwaallichtjes waren de zielen van ongedoopte kinderen. Een man die één dwaallichtje wou dopen, werd in de sloot geduwd door de massa dwaallichtjes die zich ook wilden laten dopen.
Dwaallichtjes die men 's avonds op donkere plaatsen zag, waren zieltjes uit het vagevuur die niet in de hemel geraakten omdat ze doodgeboren waren of om een andere reden ongedoopt waren gestorven. De mensen geloofden dat ze bij het zien van zo'n…
Vroeger zaten op het kerkhof veel uilen die een huilend geluid maakten. Het waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. De pastoor kwam die zieltjes dan overlezen en verbannen naar de zee.
Een man zag in de Kraaimeersch in de Dorpsstraat in Beert een stalkaars. Dat was namelijk een vochtige weide waaruit lichtgevende fosfordampen opstegen. Zo kon men ook een fosforescentie op zee zien, wanneer er bij warm weer een onweer op komst was.…
Dwaallichtjes konden alleen door bepaalde mensen worden gezien. Het waren zieltjes van ongedoopte kinderen. Een man die bij een beek dwaallichtjes zag, begon de lichtjes te dopen tot ze opeens verdwenen waren.
's Avonds kon men in de beemden veel dwaallichtjes zien. Men vertelde dat het de zieltjes van ongedoopte kinderen waren, die vroegen om verlost te worden.
Jefke N. had een heks gezien, die 'Mie M.' werd genoemd. Wanneer de kinderen met de heks lachten, sprak Mie: "Lach maar niet! Jullie zouden beter bidden opdat jullie ook niet zo zouden worden!" Daarom vertelden de mensen dat een heks een ongelovige…
Een Kempenaar die 's nachts in een hooimijt sliep, zag plots een dwaallichtje verschijnen. De man was daardoor zo bang dat hij onmiddellijk wegliep. In de buurt van de Demer vond men veel dwaallichtjes. Men vertelde dat het de zielen van…
Charel had gezien dat zijn dochtertje muizen kon maken. De pastoor sprak tot Charel: "Ga maar naar de kapelaan, want ik heb daar geen macht meer voor". Nadat de kapelaan wijwater over haar hoofd had gegoten, kon het meisje geen muizen meer maken. …
Stalkaarsen waren de zieltjes van ongedoopte kinderen die door de lucht vlogen. Een koetsier die met zijn zweep naar een stalkaars had gewezen, zag hoe het lichtje op de zweep kwam zitten en zei: "Je moet mij terugbrengen naar de plaats waar je mij…
Vuurmannen waren de zieltjes van ongedoopte kinderen dien kwamen spoken en de mensen deden verdwalen. Als men iets in de grond stak en dat in brand stak, dan kon er niets gebeuren. Dergelijke lichtjes konden ook gassen zijn geweest die uit de grond…
In Zichen geloofden de mensen dat de zieltjes van gestorven kinderen op de bermen van de grachten kwamen zitten en licht gaven. In werkelijkheid waren dergelijke lichtjes glimwormpjes.
Men mocht niet naar dwaallichtjes kijken, want dan kon men verdwalen. Vaak werd men naar het water gelokt omdat de dwaallichtjes gedoopt wilden worden.
Toen S. terugkwam van het café, zag hij bij het water vaak dwaallichtjes zweven. De mensen geloofden dat die lichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren. Op een dag doopte de man een dwaallichtje met de woorden: "Ik doop u in de naam van de…
In het jaar 1400 droeg men een gestorven kindje naar het kerkhof. Onze Lieve Vrouw van Sint-Jan maakte het kindje weer levend, zodat het gedoopt kon worden. Toen het kindje gedoopt was, stierf het opnieuw.
De moeder was heel bedroefd geweest…
Boven het moeras bij de Zijpstraat verschenen stallichtjes. Dat waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Wanneer men zo'n stallicht zag, moest men zeggen: "Ik doop u" en vervolgens snel weglopen. 's Ochtends vond men dan een bloedvlekje op de…
Er waren twee soorten vuurmannen. Er waren er grote en er waren er kleine, die dwaallichtjes werden genoemd. Dwaallichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen.
Men geloofde dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren. Naar die lichtjes mocht men niet wijzen, want anders bonkte het lichtje tegen de deur. Wanneer men een dwaallichtje zag, moest men zeggen: "Ik doop u".