Dwaallichtjes waren de zieltjes van kinderen die niet gedoopt waren omdat ze dood ter wereld waren gekomen. Dwaallichtjes zweefden tussen de hemel en de hel. Ze zagen eruit als rode glimwormpjes.
Wanneer er een kindje geboren werd, doopte men…
Je mocht nooit naar een dwaallichtje wenken, want dan kwamen er veel dwaallichtjes op je af.
Een man had een keer een zieltje kunnen verlossen door te zeggen: "Ik doop je alleen." Daarop schoot het dwaallichtje omhoog, waarna het verdween.
Dwaaslichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Wanneer men naar een dwaaslichtje had gewenkt, brandde het lichtje een zwarte hand in de deur.
Heksen en tovenaars beschikten over een bijzondere macht, die alleen door geestelijken kon worden verbroken. De mensen geloofden dat heksen en tovenaars niet gedoopt waren.
Op een nacht vergezelde Frans de kapelaan die een vrouw de Laatste Sacramenten moest geven. Onderweg zag het tweetal een dwaallichtje. Daarop sprak de kapelaan: "Als we het lichtje op de terugweg nog zien, dan gaan we erheen". Toen de mannen op de…
Dwaallichtjes waren zielen van mensen die ongedoopt waren gestorven. Dwaallichtjes verschenen meestal in de buurt van water. Wanneer iemand een dwaallichtje doopte, dan was het verlost.
Wanneer men met paard en kar voorbij het huis van Betje reed, raakte de kar altijd vast. Men moest dan roepen: "Betje, kan jij ons soms niet helpen?" Daarna kwam de kar weer in beweging.
Betje zocht ook vaak ongedoopte kindjes op om hen kwaad te…
Tussen Wijshagen en Opglabbeek werden vaak dwaallichtjes gezien. Dat waren de zieltjes van kinderen die geen rust vonden omdat ze ongedoopt waren gestorven.
Bij de Rulbeek, een rivier in Holbeek, zag men elke nacht een dwaallichtje. Een jongen uit Donk die voor pastoor studeerde, wilde het dwaallichtje dopen. Toen hij water over het lichtje had gegoten, stond er plots een ongedoopte man voor hem. De…
Dwaallichtjes zag men vooral in de buurt van moerassen. Mensen die naar een dwaallichtje keken, raakten vaak verdwaald. Sommige mensen geloofden dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren.
Een man die samen met een kanunnik onderweg was met de koets, zag in de verte een dwaallichtje. De kanunnik raadde de man aan om niet naar het dwaallichtje te kijken; anders zou hij immers verdwalen. De man mocht ook niet naar het lichtje fluiten,…
Een man die beweerde dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren, wilde er één proberen te dopen. De man is er echter nooit in geslaagd een dwaallichtje te vangen.