In Poperinge was een heuvel waaraan een verhaal verbonden was. In tijden van armoede liet de kasteelheer een vijver graven. De aarde die werd opgegraven, werd op een hoop gegooid, die later de bewuste heuvel werd. De kasteelheer liet de vijver graven…
Een vrouw die altijd ongeluk had, mocht geen zout gebruiken dat niet gewijd was. Speciaal voor haar wijdde de pastoor vijf kilo zout in één keer. Daarna kwam er een einde aan het ongeluk van de vrouw.
Een boer had veel ongeluk met zijn koeien. De melk van één van de koeien was altijd slecht. Wanneer men boter maakte van de melk van de andere koeien, was de boter bedorven wanneer men ze wilde opeten. Toen de boer zijn wagen met die boter had…
Als de melk betoverd was, kon men geen boter maken. Daarom moest men altijd eerst een Onzevader bidden, een kaars branden en wat zout in de melk doen. Op die manier zouden tovenaars geen macht meer hebben over de melk.
Om zichzelf te beschermen droeg een man een kruisje en een medaille van de Heilige Siardus om zijn hals. Hij droeg ook altijd een pendel bij zich. Vóór het slapengaan strooide de man bovendien altijd zout over zijn bed.
Een vrouw die geloofde dat haar zoontje betoverd was, ging met het kind naar de pastoor van Elingen. De pastoor overlas het kind en gaf de moeder de raad om zout in de koffie van het kind te doen. De vrouw moest ook een been laten opbranden in de…
In Boorsem woonde een zekere Lam C. die bekend stond om zijn uitzonderlijke spierkracht. Een sterke man uit Veldwezelt wilde zich eens komen meten met Lam uit Boorsem. Onderweg zag de man bij de molen in het Boorserveld een boer die met zijn os aan…
Op een boerderij gaf men niet graag botermelk aan mensen die niet betaalden. Men kon dan immers betoverd worden. Als de mensen geen geld bij zich hadden, dan strooide men wat zout in de botermelk.
Een jongen die enkele varkens moest wegbrengen, ging tegen de wil van zijn moeder bij iemand een kist halen. Onderweg stelde de jongen vast dat de varkens dood in de kist lagen. Gelukkig was het varken niet bedorven, want het bloed nam nog zout op.…
Een boerin gaf ieder jaar een pond boter aan de paters. Toen een pater op een dag langskwam en de boerin net geen boter in huis had, liep de pater slechtgehumeurd weg. De volgende dag kon men op die boerderij geen boter meer maken. De boerin ging…
Bij de berg kon men om middernacht zingende mensen horen lopen. Een man die daar in de buurt woonde, had al een keer geprobeerd naar het gezelschap te schieten, maar dat was hem niet gelukt. Toen de man met zout schoot, verdwenen de spookgestalten.
Van een heks mocht men niets aannemen. Een boer bij wie altijd een heks karnemelk kwam halen, had van de pastoor de raad gekregen om zout in de melk te doen. Zout was immers gewijd. Toen de heks de volgende keer haar melk was komen halen, goot ze…
In Komen woonde een boerin die samenwerkte met een dokter uit Breda (NL). Die boerin nam bij de zieke mensen bloedstalen, die ze vervolgens opstuurde naar de dokter. De dokter besliste dan welke medicijnen die personen moesten nemen.
Een vrouw op…
Een boer en een boerin hadden veel ongeluk met hun dieren door toedoen van een heks. De koeien liepen tegen de muren op. Wanneer één van de koeien moest kalveren, liep er altijd iets mis. Een tijdje later werd de boerin ernstig ziek. Op een dag…
Een man die bezoek had gekregen van zijn neef, geraakte de volgende dag niet meer van de trap. Toen de man zijn neef nog een keer verwachtte, strooide hij overal waar de neef zou kunnen komen, zout op de grond. Deze keer bleef de neef maar twee…
Van heksen mocht men nooit voedsel aanvaarden. Als men het toch kreeg, dan moest men het in de verpakking laten en in het bos begraven. In de put moest men eerst een kruis met zout maken.
Een boer uit Rillaar droeg altijd een kruisje bij zich om…
Een man die had gelezen in het boek van een Duitse schaper, zat plots vol mieren. Nadat de Duitse schaper een handvol zout in een houtmijt had gestrooid, was de man verlost van de luizen.