De boerderij van keuterboer Lormans was een trefpunt voor kabouters, of 'eerdmenkes'. De kabouters kwamen daar om drinkwater en voedsel te halen en om huisraad te lenen. In ruil daarvoor deden de kabouters ’s nachts werk voor de boer. Ze dorsten…
In de buurt van Hollebeke woonde een vrouw die kon toveren met boeken. Op een dag leende de vrouw een boek van haar buurvrouw. Nadat ze het boek had gelezen, bracht ze het terug en legde de buurvrouw het op de kast. De volgende nacht hoorde de…
Een boer in wiens stal al veel dieren waren gestorven, ging te rade bij de paters. De overste van het klooster sprak tot de man: "Wanneer je morgen aan het eten bent, zal er een vrouw langskomen, die iets zal komen lenen". Zodra die vrouw weg is,…
In de Kruisstraat woonden mensen die geen boter konden maken. Er kwam altijd een vreemde oude vrouw om botermelk vragen. Nadat de mensen de vrouw op aanraden van de pastoor niets meer gaven, konden ze weer boter maken.
Vroeger leefden er dwergjes in gangen onder de grond. Een man die een waterput aan het graven was, vond op zekere dag een kelder waarin dwergen hadden gewoond. In de kelder lag nog een schotel die de dwergjes van de buren hadden geleend. De dwergen…
Een tienjarige misdienaar moest in Ramskapelle een kelk gaan lenen. Toen de misdienaar de kelk was gaan halen en samen met zijn hondje terug in Heist kwam, zag hij daar een man staan, die zo dik was als drie mannen samen. De misdienaar klampte zich…
Pier woonde tegenover Marie, over wie men vertelde dat ze een heks was. Omdat Pier naar de markt in Uden wilde gaan, ging hij bij Marie dertig frank lenen. Toen Pier de volgende dag door Eindhoven wandelde, zag hij Marie rondvliegen op een zeef. …
De alvermannetjes woonden in kuilen in de bossen van Lummen. Vaak gingen ze bij de mensen huishoudgerei lenen. Wanneer ze een schone kookpot kregen, dan brachten ze die vuil terug, en omgekeerd.
Bij Charel kon men geen boter maken omdat er altijd een vrouw zuur deeg kwam halen. Toen Charel op een dag heiligdom onder de deur had gestoken, kon de vrouw niet meer binnen. Sindsdien slaagde men er opnieuw in boter te maken.
Een man werd geplaagd door een fret die in een gat zat. Daarom ging de man bij Joop een spade lenen. Bij Joop stond de deur van de stal open. Op de stal zag de man tot zijn grote schrik een vuurbol. Daarop sprak Joop tot de vuurbol: "Vertrek maar!"…
Alvermannetjes waren maar tachtig of honderd centimeter groot. Ze woonden in de bergen rond Geulle en Stein. Bij Hal aan de Maas kwamen de alvermannetjes huishoudgerei van de mensen lenen. Ze brachten alles mooi afgewassen terug.