Op een kasteel in de buurt van Kortrijk woonde tijdens de achtste eeuw een koning met drie zonen. Op een dag riep de koning zijn oudste zoon bij zich en zei: "Neem het beste paard en rijd ver weg. Tot de plaats waar jij kan geraken, zal het rijk voor…
De mensen geloofden dat de Spaanse Brug in Sint-Pieter door de Spanjaarden was aangelegd. Die brug bestond echter reeds lang vóór de Spaanse tijd en werd gebruikt om het vee naar de beemden van de Willebamp te drijven.
Een boerderij die eigendom was van de kerk, was tijdens de Franse Revolutie zwart goed geworden en verkocht voor negen 'oortjes' (muntstukken). Daarom werd de boerderij later 'Negenoord' genoemd.
In Lauw werd een heks verbrand aan een stok. Men liet het lijk van de heks daar hangen tot het helemaal vergaan was. Het weiland waarop die stok stond, werd uiteindelijk officieel genoemd naar de heks.
In Budel stond een huis dat de 'Veegtas' werd genoemd. In dat huis konden de roversbendes die in België waren gaan plunderen, hun gestolen geld uitgeven of hun buit omruilen tegen Nederlands geld.
''t Schipleed' was de naam van een café in Aartrijke. Ooit zou de zee tot in Aartrijke zijn gekomen. Op de plaats waar later dat café werd gebouwd, zou een schip zijn verzonken.
'Hasselt' heeft zijn naam verdiend aan de tijd waarin er een hazelnotenbos op de plaats van de stad stond. Vroeger werd de stad 'De Beek' genoemd omdat de Demer er stroomde.
De naam 'Beringen' zou afgeleid zijn van de woorden 'beer' en 'ringen'. Op de markt in Beringen had men een beer gevangen en een ring in zijn neus geslagen. De beer ontsnapte naar Paal, waar men hem aan een paal had vastgebonden.
Wanneer mensen door de maar werden bereden, wisten ze niet meer wat ze deden. Men kon zo'n persoon verlossen door hem vast te grijpen en zijn naam te roepen.
Op het kruispunt tussen Mettekoven, Voort en Hoepertingen stond een boom die de 'Tjenneboom' werd genoemd. Men vertelde dat de heks Tjenne onder die boom werd verbrand. Later is de boom omgevallen.
In Broekom was een plaats die "Gebrand Bonder" werd genoemd. Tijdens een hete zomer was op die plaats een brand uitgebroken, die de hele oogst had vernield.
Langs de oude Rummenweg was een plaats die 'aan de leugeneer' werd genoemd. De Rummenweg was vroeger een Romeinse verkeersweg en 'leugeneer' was een ander woord voor 'Romeinse paal'. Later werden de mensen die bij die weg woonden 'de Leugeneers'…
In Nerum (Aalst) stond een lindeboom die wel driehonderd jaar oud was. De boom werd 'de Philippesgalg' genoemd omdat de rover Philippes daar werd opgehangen.
Een mooi braaf meisje kreeg bezoek van een knappe jongen die vroeg: "Ga je vanavond met mij mee naar de kermis?" Het meisje stemde toe. Toen de jongen haar 's avonds kwam halen, zei de jongen: "Je moet me wel eerst zeggen hoe je heet". "Maria",…
In de kerk werden de kapmantels altijd in stukken gesneden. Op een dag zei de pastoor tijdens de preek: "Als dat nog één keer gebeurt, dan zal ik de boosdoeners eens bij naam noemen!"
Als men 's ochtends na het opstaan nog even terug ging slapen, zag men soms twee kerels op zich afkomen. Die verschijningen grepen hun slachtoffer bij de keel. Sommigen beweerden dat de maar in werkelijkheid een stilstand van het bloed was. Mensen…