Een man die al z'n geld was kwijtgeraakt, liep vloekend door het veld en zei: "De anderen kunnen alles en ik kan nooit iets!" Even later kwam de man een heer tegen die hem vroeg wat er aan de hand was. De man legde zijn probleem uit en voegde er…
Op de Duivelsborre stond een groot kasteel waar men vaak zat te kaarten. Toen men op zekere dag nog een vierde man nodig had om te kaarten, riep men dat de duivel mocht komen. De duivel verscheen en het kasteel is verzonken in een put die de naam…
In Aldeneik stond een boerderij die 'het Klauwenhof' heette. De heilige Harlindis en Relindis hebben vroeger bij de Maas 'klauwe' (stenen?) gehaald om hun kapel te bouwen. Toen ze langs de Groene Weg bij de Luegebrug (?) kwamen, veranderden de…
Wie door de maar werd bereden, kon niet roepen en had het gevoel dat iemand hem bij de keel greep. Zodra men de naam van het slachtoffer riep, was de maar verdwenen.
Sommige mensen beweerden dat de maar een stilstand van het bloed was.
In een klein dorp woonden wel dertien of veertien klompenmakers. Al die mensen hadden een huisje waar ze hun klompen konden laten 'rukken'. Omdat er zoveel 'rukhuisjes' stonden, kreeg het dorp de naam 'Rukkelingen'.
In een café kwam een heer binnen, die meespeelde met een kaartspel. Toen één van de mannen een gevallen kaart opraapte, zag hij dat de heer een paardenpoot had. Sindsdien kreeg dat café de naam: 'Het wit paard'.
Men kon een heks machteloos maken door de persoon op wie ze het had gemunt, een andere naam te geven. Daarom woonden in Beselare zoveel mensen die een tweede naam hadden.
In het gebied dat de Maten werd genoemd, zat een laag turf van drie meter diep. De buurtbewoners hadden elk hun eigen stukje waar ze turf gingen halen. "Dat is mijn maat", zeiden ze dan. Zo is de benaming 'de Maten' ontstaan.
Vroeger strekte het bos van Bakelandt zich uit van 't Zwortegat tot bij de herberg, de 'Vuuf Huzen' en de Groendreef. Het bos was verbonden met 't Vijverbus. In de Peerdedreef stonden mooie berken. Op iedere boom stond een naam van een lid van de…
Een man die pas getrouwd was, kon niet goed slapen. De man lag nog geen vijf minuten in bed of hij kon niets meer zeggen en begon met zijn handen en voeten te bewegen. De ongeruste echtgenote liep in haar slaapkleed naar de ouders van de man die in…
Tussen het Sint-Gangelofplein en de Hel lag een donkere straat waar geen huizen stonden. Onder invloed van de vrederechter die daar in de buurt woonde, werd die straat de 'Juge de paixstraat' genoemd.
In de Driesstraat tussen Romershoven en Vliermaalroot stond een dikke boom die de 'Pastoorseik' werd genoemd. Het was een holle boomstronk waarin vroeger een pastoor had gewoond.
De naam 'Deurne' zou afgeleid zijn van het woord 'dorne', wat misschien 'dor' of 'dorre streek' betekende. Vroeger stond op het kerkhof van Deurne een grafzerk met het opschrift: Familie C. de Dorne".
In Adegem bestond 'de kleine Moerewege' en 'de grote Moerewege'. Een vrouw die een 'konijnemoerke' (vrouwelijk konijn) had, ging met het dier naar iemand die een mannelijk konijn had. Bij haar aankomst zei de vrouw: "Ik ben hier met mijn klein…
In de Moteweide zou ooit een kasteel zijn verzonken. Bij opgravingen vond men daar oude vazen en muntstukken. In dat kasteel zou een zekere Wulfridus hebben gewoond. Sommige mensen geloofden dat de naam 'Wulvergem' daarvan zou zijn afgeleid.