De mensen beweerden dat in de oude hoeve op Goeversteen ten zuiden van Gestel ridders van Malta zouden gewoond hebben. De ridders van Malta waren roofridders die hun paarden achterstevoren besloegen, zodat niemand zou weten waar ze 's nachts naartoe…
Een man uit Maastricht werd door een bokkerijder door de lucht naar huis gebracht. Toen de man bij zijn thuiskomst pijn voelde aan zijn been, sprak de bokkerijder: "Je hebt je been niet hoog genoeg gehouden toen we over de toren vlogen".
's Avonds en 's nachts waren de bokkenrijders op pad om voorbijgangers van hun geld te beroven. Nadat ze hun slachtoffers hadden gefouilleerd, lieten ze hen gaan.
Toen bij de oude Luis drie mannen binnenvielen, sprak de zoon: "Als je niet onmiddellijk vertrekt, dan schiet ik!" Daarop vertrokken de bokkenrijders onmiddellijk. De zonen en de knechten van Luis sprongen snel op hun paard om de rovers in te…
Op een plaats achter de kerk kwamen de bokkenrijders bijeen. Wanneer de hond begon te blaffen, moesten de rovers zich snel uit de voeten maken. Ze liepen dan snel door een gangetje langs het Laak in de richting van de molen.
De bokkenrijders kwamen 's avonds samen bij een boom in de buurt van de Bonderkuil en Printhagen. 's Avonds vertrokken ze van daaruit om door de lucht te vliegen of om de mensen bang te maken.
De Teuten communiceerden via een geheime taal die niemand kon ontcijferen. Ze trokken altijd rond om allerlei zaken te kopen. Zo kochten ze soms ook haar om pruiken te maken.
Vroeger liepen er naakte rovers rond, die zichzelf zwart hadden geschilderd. Een man die van Opgrimbie naar het station van As ging, werd benaderd door twee rovers die hem met een paraplu wilden slaan. Na een lang gevecht lieten de rovers de man…
Een verkoper uit Othée bracht elke week twee kalveren naar Luik om ze daar te verkopen. Toen de verkoper terugkwam van speelhuis 'Tôt et Tard', werd hij bij het 'heilig huisje' tussen Lauw, Othée en Herstappe aangevallen door een weerwolf. De man…
In Diependale (tussen Wijtschate en Hollebeke) woonden vreemde mensen, die er niet voor terugdeinsden iemand aan te vallen. Op een dag kwam een dokter uit Wijtschate daar voorbij. De rovers besloten het geld van de dokter af te nemen, maar de dokter…
In Overpelt woonde een drossaard die de bokkenrijders overal achtervolgde en de rovers probeerde te pakken te krijgen. Toen de drossaard dood was, bleef zijn geest rondzweven in de gedaante van een zwarte hond. Een geestelijke heeft het spook…
Op de steenweg tussen Genoelselderen en Millen werd een man tegengehouden door een rover die een masker droeg. Toen de man de weerwolf twee frank gaf, mocht hij verder.
De bokkenrijders waren rovers die 's nachts bij de mensen gingen stelen. Vaak werden de mensen dan geslagen tot ze hun geld afgaven. Zowel in België als in Nederland waren er bokkenrijders. Om hun huizen tegen inbraak te beveiligen, plaatsten de…
De bokkenrijders hadden een geheime kelder waar ze bijeenkomsten hielden. Ze moesten hun handtekening zetten met bloed en zweren dat ze de bende altijd trouw zouden blijven en dat ze de bevelen van de bendeleider altijd zouden uitvoeren. Vaak waren…
Ten tijde van Napoleon was de bende van de Bolleberg actief. De molenaar bij wie de bendeleider woonde, werd 's nachts overvallen door de rovers. Zijn hond werd doodgeschoten. Toen bij de notaris in Gelmen een inbraak werd gepleegd, vluchtte de…
In het 'Hooghuis' woonde een bokkenrijder die misdienaar was en altijd zowel vóór als na de mis een kruisweg deed. Toen de jongen op één van zijn rooftochten werd opgepakt, belandde hij in de gevangenis. De pastoor kwam hem opzoeken en zei: "Dat…