De bokkenrijders woonden in de Scharberg in Geul. Omdat de bokkenrijders vaak grote feesten gaven, kwamen ze vaak kookpotten lenen bij de mensen. Ze brachten die kookpotten altijd mooi gewassen terug.
Drossaard Clerckx bezat een speciale staf waarmee hij de bokkenrijders kon oppakken en ter dood veroordelen. Die staf wordt bewaard in Neerpelt of Overpelt.
De bokkenrijders moesten een eed afleggen en hun handtekening zetten met bloed. Ze moesten zweren dat ze zelfs na hun dood de bevelen van de bendeleider nog zouden gehoorzamen. De rovers sloegen met stokken de deuren van de huizen in en gingen…
Er waren rovers die van de Ossestal langs de boerenschuur naar Oversteen trokken. Men kon nooit weten waar de rovers naartoe waren gereden, want ze lieten hun paarden achterstevoren beslagen.
De bokkenrijders vlogen door de lucht nadat hun leider had gezegd: "Over heggen en hagen, breng ons naar die plaats". Op een dag had de leider zich echter vergist en gezegd: "Door heggen en hagen, breng ons naar die plaats". Daardoor kwamen de…
De Teuten waren smokkelaars die op de grote baan naar Herentals actief waren. Op een dag werden de Teuten overvallen door twee broers die waarschijnlijk banden hadden met de bokkenrijders.
Herman was opgepakt door de bokkenrijders. Eén van de rovers die de bende graag wilde verlaten, kwam Herman stiekem eten geven. Herman en zijn helper slaagden erin de kist met wapens te bemachtigen en dertien bokkenrijders te vermoorden. De andere…
Drossaard Clerckx kwam uit Eksel of Neerpelt. Hij verbleef in een huis op 't Hobos (Hoogbos), een gehucht van Overpelt. Aan de Maaskant heeft drossaard Clerckx de bokkenrijders uitgeroeid in opdracht van de prinsbisschop. In de buurt van 't Hobos…
De pastoor van Beek was met de koets naar Maaseik gereden om een bezoek te brengen aan de deken. Omdat het bezoek langer had geduurd dan verwacht, zei de voerman bij het vertrek: "Zet je maar met je rug tegen die van mij, meneer pastoor!" Toen de…
De bokkenrijders vlogen met veel lawaai door de lucht. Ze vlogen zo snel dat men ze haast niet kon zien. In Wellen hebben de bokkenrijders veel misdaden begaan.
In Stein en in Geulle waren de bokkenrijders actief. Velen onder hen waren voorname personen. Op een avond moest een man voor een zwangere vrouw de dokter gaan halen. De man was op zijn hoede en sloeg in een holle weg een bokkerijder neer. Daarop…
Toen de bokkenrijders in Wellen werden gedood, vloeide er zoveel bloed dat er een weg helemaal was uitgespoeld. Daarom werd die weg later de Holle Weg genoemd.
De bokkenrijders hielden bijeenkomsten op de Heelder[hei]. Ze gingen overal stelen. In elk dorp waren er wel één of twee personen die lid waren van de bokkenrijders. Die rovers werden soms ook 'aubelmenkes' genoemd.