De Wiels was een roversbende. De rovers hadden het vooral gemunt op boeren die pas een koe hadden verkocht en dus geld op zak hadden. Op een dag ging een bakker uit Hulsterberge met de hondenkar graan halen op een schip. De man had 1000 BEF…
De vader van Herman was lid geweest van de bokkenrijders van Geleen. Herman, die bij zijn zus Martha woonde, had geen enkele band meer met de bokkenrijders. De rovers wilden echter dat Herman bij hun bende zou komen omdat hij zo sterk was, en omdat…
De bokkenrijders kwamen bijeen op een boerderij waar schapen stonden. Op een nacht hadden de bokkenrijders twee schapen gedood. De rovers deden niemand pijn, maar ze namen wel alles mee wat ze konden bemachtigen.
De bokkenrijders waren rovers die door de lucht vlogen op een bok. Wanneer de mensen de rovers zagen aankomen, waren ze zo bang dat ze snel alle ramen en deuren sloten.
Een vrouw maakte altijd een omweg omdat ze niet voorbij de Bonderkuil wilde komen. Daar dwaalden immers de geesten rond van de bokkenrijders die daar waren verbrand.
De bokkenrijders hebben veel gestolen, maar ze hebben nooit mensen vermoord. Aan de galg tussen Elen en Maaseik werden ze opgehangen.
Na de hoogmis was men bij een boer aan het kaarten. Plots kwam er een man binnen, die zei: "Jij, jij hebt mij…
De bokkenrijders verbleven in een kasteeltje. Wanneer de rovers er op uit trokken, besloegen ze hun paarden achterstevoren. Als de bokkenrijders iets propers kwamen lenen, brachten ze dat vuil terug. Als ze iets vuils kwamen lenen, brachten ze dat…
Een koster, een secretaris en een burgemeester waren lid van de bokkenrijders. Wanneer ze vertrokken op één van hun rooftochten, kropen de bokkenrijders onder de wal door, waar later de Ursulinnen zich hebben gevestigd.
Er waren twee soorten bokkenrijders: die van Limburg en die van Valkenburg. De bokkenrijders moesten een eed afleggen bij een boom die 1100 jaar oud was. De boom stond in Prins Hagen (Printhagen?) tussen Kortessem, Wimmertingen en Alken. Bij de…
De bende van Bakelandt vertoefde in Langemark en in 't Vrijbos. De rovers moesten trouw zweren aan de bendeleider vooraleer ze mochten toetreden tot de bende. Uiteindelijk werden de rovers onthoofd bij het Sint-Janshospitaal in Brugge.
Iemand die lid was geweest van de bokkenrijders, ging gewoonlijk ergens een nieuw huis bouwen. Dergelijke mensen werden vroeg of laat meegenomen door de andere bendeleden die bang waren dat ze verklikt zouden worden.
De bokkenrijders vlogen op een duivel door de lucht. Onder de bokkenrijders was er een dokter, die een keer iemand op zijn paard liet meevliegen. Onderweg stootte het paard zich aan het kruis van de Sint-Janskerk in Tongeren.
De bende van Baekeland bestond uit negenentwintig rovers die zowel in België als in Frankrijk actief waren. De leider van de bende heette 'Baekeland'. De rovers deden niets anders dan stelen en moorden. Toen de leider van de bende werd…
Iemand die met de bokkenrijders meeging, zei plots: "Jezus, Maria, Jozef". Op dat ogenblik viel die man op de grond. Hij was al heel ver van zijn huis verwijderd.
De Tempeliers hadden hun paarden achterstevoren beslagen opdat niemand zou weten waar ze naartoe waren gereden. Wanneer de Tempeliers thuiskwamen, ging de poort vanzelf open. Op een dag zijn alle Tempeliers vóór de poort verongelukt.
Wanneer de bokkenrijders ergens wilden gaan stelen, moesten ze zeggen: "Over heggen en hagen". Als ze echter per ongeluk zeiden: "Door heggen en hagen", hadden ze problemen.
De leider van de bokkenrijders reed overdag met de kruiwagen rond, zodat hij in alle huizen kon zien wat er te stelen viel. 's Nachts trok hij er op uit om te roven en te moorden. Uiteindelijk heeft men de bendeleider opgehangen op de Siemkesheuvel…