In de schuur van 'de Kroon', een boerderij in Sint-Servaas, had men een duivelskop in het hout gekerfd. Het straatje dat naar die boerderij liep, werd 'het Duivelskot' genoemd. In die straat kwamen de bokkenrijders bijeen. Nadat de rovers in…
F., een bokkerijder uit Munsterbilzen, had op een ochtend samen met enkele anderen de was van de koning van Italië gestolen. Omdat verscheidene rovers voor de misdaad waren opgepakt, kwamen de andere bokkenrijders hun leider zoeken. Merkwaardig…
De bokkenrijders hielden bijeenkomsten in het broek van de Nieuwstraat bij het Vogelsangbos. Toen één van de rovers per ongeluk had gezegd: "Door haag en heg" in plaats van "over haag en heg", moest die werkelijk door de haag heen.
Op Siemkesheuvel werd een bokkenrijder opgehangen. Een aalmoezenier stond met een crucifix vóór de rover om hem vooralsnog te bekeren. Op zeker ogenblik vroeg de veroordeelde aan de beul hoe laat het was, waarop de beul antwoordde: "Het is vijf…
Twee mannen uit Maasmechelen hadden ruzie over de pacht van een stuk land. "Ik heb geen strop op mijn zolder hangen, en jij wel!", zei de ene boer tegen de andere. De zolder werd verhuurd aan enkele mensen die wat verderop gingen maaien. Aan de…
Tijdens de eerste helft van de negentiende eeuw was in Aalst een roversbende actief, met een zekere 'Katteman' als leider. Katteman was bevriend met rijke boeren die hem te eten gaven. Toen boer B. door een holle weg liep, begeleidde Katteman hem…
De bokkenrijders vertrokken 's avonds na het uitspreken van de toverformule: "Over heggen en hagen". Als ze per vergissing zeiden: "Door heggen en hagen", dan moesten ze ook werkelijk door al die obstakels heen.
Toen de leider van de bokkenrijders, werd opgehangen, mocht hij nog een laatste wens doen. Daarop sprak de man: "Ik zou nog wat moeten bidden". De man maakte een kruisteken en zei in het Bargoens: "Mannen en vrouwen, jongens en meisjes, ze hebben…
De bokkenrijders waren slechte mensen die zich voordeden als brave burgers. Ze konden zich zo snel verplaatsen dat de mensen dachten dat ze op een bok door de lucht vlogen.
De bokkenrijders vertoefden aan de Maaskant in de buurt van Stokkem. Ze beroofden vaak de koster die het geld van de mensen naar de notaris ging brengen.
Een man had van de bokkenrijders een brief gekregen waarin geëist werd dat hij op een bepaalde plaats geld zou leggen. Omdat de man wilde weten wie de bokkenrijders waren, duwde hij de ton die op de kruiwagen van de rovers stond, omver. Daarop kwam…
Toen de bokkenrijders over het water moesten, sprak één van de rovers: "God zegen ons, dat was een grote sprong!" Het volgende ogenblik vielen alle rovers in het water.
Als een heks tijdens een foltering schuld had bekend, dan moest ze daarna ook bekennen wie er nog op de heksenvergaderingen aanwezig was geweest. Omdat de slachtoffers van de folteringen zo erg werden gepijnigd, noemden ze uiteindelijk een…
De vrouw van de leider van de bokkenrijders had pas een kindje gekregen. Toen de vrouw het kindje 's nachts lieve woordjes zat toe te fluisteren, mompelde de man in zichzelf: "Jij kan je toch aanstellen tegenover de zoon van de kapitein van de…