Vooraleer een kindje was gedoopt, waren de ouders erg bang voor heksen en hun kwade hand. Zodra het doopsel voorbij was, hadden heksen geen macht meer over het kind.
Stallichten kwamen uit vochtige plaatsen of uit stoffen die aan het rotten waren. De mensen waren erg bang voor de stallichten die hen achtervolgden, omdat ze geloofden dat het de zielen van ongedoopte kinderen waren.
Een vrouw zag altijd een dwaallichtje in de buurt van een vijver. Omdat het de ziel van een ongedoopt kindje was, gaf de pastoor de vrouw de volgende raad: "Als je het dwaallichtje nog eens ziet, dan moet je het dopen. Je steekt dan je hand in het…
Machiel A. werkte op het Vrankenhof in 't Rooren in Opitter. Toen de man op een avond naar huis kwam, zag hij een dwaallicht boven een waterplas in een weide vliegen. Op De Kuil legde de man zich op de grond. Anders zou het dwaallicht hem immers…
Kinderen die niet gedoopt waren, kwamen in de macht van de duivel en werden weerwolf of heks. In Meeuwen woonden veel heksen. Heksen konden zich veranderen in katten en in andere dieren. Geestelijken hadden niet altijd macht over heksen en…
Dwaallichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen die naar de mensen toe vlogen. Wanneer men zei: "Wij dopen u", dan vloog het dwaallichtje weg. Een man die had gezegd: "Ik doop u", kon nog net op tijd de deur dichtslaan, want het…
Een man die in de weide de koeien ging hoeden, zag plots een vuurbol op zich af komen. Het volgende ogenblik was de poort helemaal verbrand. Het moet de geest van een ongedoopt kind zijn geweest.
De kwade hand was vooral gevaarlijk voor kindjes die nog niet waren gedoopt. Een behekst kind kon alleen worden gered door het te laten overlezen. Meestal gaven de paters de raad om de heks niet meer binnen te laten. Wanneer de kinderen ouder…
Bij de familie Velaers in Hasselbroek was er een kindje dood geboren. Omdat de ouders erg bedroefd waren aangezien hun kindje niet was gedoopt, namen ze hun dode baby mee naar Onze Lieve Vrouw van Klein-Jeuk, waar ze beloofden een noveen te zullen…
Bij het kapelletje verscheen vroeger altijd een dwaallichtje. Dat was de ziel van een ongedoopt kindje. Niemand durfde het dwaallichtje te dopen. Toen iemand dat op een dag toch had aangedurfd, verdween het lichtje.
In de buurt van moerassen en vennen zag men vaak dwaallichtjes. Men vertelde dat het de zieltjes waren van doodgeboren kinderen. Wie het waagde om een dwaallichtje te volgen, kwam in het water terecht.
Op het Ruttenveld achter de beemden brandden lichtjes die de hele tijd heen en weer bewogen. Men vertelde dat het de zieltjes waren van kinderen die ongedoopt waren gestorven.
Er werd verteld dat een zekere Hang-Jozef niet gedoopt was. Als hij een handvol aarde nam en die op iemands land uitstrooide, dan groeide daar niets anders dan onkruid. Ook gebeurde het dat Hang-Jozef een café vol kikvorsen of muggen toverde. Op…
Men vertelde dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren.
In de buurt van de "Drie Heef" stond een hoge haag. Een man ging regelmatig met zijn hondje wandelen in de buurt van die haag. Op een dag vond het hondje in de haag luiers…
Bij R. in Kleine-Spouwen was een pasgeboren kindje gestorven. Sindsdien spookte het daar. Om middernacht vlogen de deuren en de ramen open. Nadat de paters naar Bosselen Groeslei waren geweest en hun zegen hadden uitgesproken, spookte het niet…
Dwaaslichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen die met een lampje in de bossen verschenen. Vroeger liepen de mensen bang weg wanneer ze zo'n lichtje zagen.