Bij Willem in Rosmeer werkte een knecht die 's avonds altijd wegging. Toen de boer de knecht op een avond ging bespieden, zag hij dat de jongen in een hond veranderde en in een scheve populier kroop. Nadat de boer de kleren van de weerwolf had…
Een schaapherder die Wannes heette, kwam met zijn schapen in een groot bos. Daar zag Wannes twee reuzen staan, van wie de ene met zijn hoofd in de kruin van een hoge populier zat. De reus keek naar beneden, zette de schaapherder op zijn schoen en…
Een man wandelde omstreeks drie uur 's nachts naar huis langs een dreef van Canadese populieren. Toen de man ongeveer halfweg was, voelde hij twee graszoden op zijn schouders vallen. De volgende ochtend ging de man opnieuw naar die plaats kijken,…
Een man die naar huis wandelde, zag een brandende appelboom. Wanneer de man voortging, leek het alsof de appelboom zich ook voortbewoog. De man kwam thuis en sprak tot zijn schoonbroer: "Sta op, want de vuurman zit in de weide!" De schoonbroer begon…
Een man stond om middernacht op om buiten te gaan plassen. Buiten zag de man tussen de top van de berkenboom en de top van de populier die naast zijn huis stond, een gladgestreken laken vliegen. Even later vloog het laken weg.
Een man had al vaak een ekster in een canadese populier zien zitten. Op een dag haalde de man zijn geweer boven en schoot de vogel dood. Later stelde de man vast dat hij zijn vrouw Monique had doodgeschoten.
Twee jongens die terugkwamen van de kapper zagen op een houten noodbrug een gevlekte kat zitten, die hen recht in de ogen keek. De kat sprong van op de brug naar een populier die wat verderop stond. Een gewone kat kon zo'n sprong zeker niet maken.…
Een jongeman die 's nachts terugkwam van Herk, hoorde plots de wilde jacht bij de kruinen van twee populieren. De man dacht dat hij engelen had gezien.
Een man die van de kluis naar de weg ging, zag bij de canadese populieren plots een vrouw staan, die wel driemaal zo groot was als hij zelf. De vrouw had ogen zo groot als van een paard. De man ging snel naar huis om zijn hakmes te halen, maar toen…
Een man die naar huis ging, zag bij een canadese populier een vrouw staan, die zo groot was dat ze met haar hoofd de kruin van de boom raakte. Die reuzin deed niemand kwaad.
Tijdens de vlucht van Jezus Christus [naar Egypte], mocht Jezus niet onder de populier schuilen. De populier was bang dat de soldaten hem zouden omzagen. Voor straf moest de populier voortaan beven en ritselen van angst.
Rindert en de zonen van Hearke hebben vijf grote populieren om het huis van Hearke weggekapt. De bomen liggen op het pad en Hearke vraagt wanneer de bomen worden weggehaald. Ze beloven het te doen, maar laten dit na. Uiteindelijk doet Hearke het…
Toen Christus stierf was alles in de natuur stil, omdat ze allemaal treurden. Alleen de populier ritselde. Sindsdien kennen de populieren geen rust. Ze moeten altijd ritselen, al is het nog zo windstil.