De Wiemkens waren kleine mannetjes die tijdens de oogst bij de boeren gingen helpen. Ze deden altijd het dubbele van wat men vroeg. Als men twee bussels had gevraagd, dan gooiden ze er vier.
De alvermannetjes waren kleine dwergjes die zich verscholen in de heuvels van Gruitrode. 's Nachts kwamen ze tevoorschijn, maar ze deden nooit iemand kwaad.
Men vertelde dat de alvermannetjes op de weide van de pastoor woonden, op de plaats waar vroegen een kerk had gestaan. De vrouwen uit het dorp zetten vaak hun wasteil buiten, met een boterham ernaast. Wanneer de alvermannetjes 's nachts te paard…
De alvermannetjes kwamen 's nachts vaak werken in de hoeve van T. Elke nacht gingen die vrouwtjes onder een boom in een weide hand in hand zingen en dansen.
Wanneer men de alvermannetjes riep, kwamen ze 's nachts het veld bemesten. Ze hoefden het werk niet allemaal zelf te doen, want ze konden toveren. Als ze een stukje van het veld hadden bemest, zeiden ze: "en nu allemaal". Het volgende ogenblik was…
Wanneer de mensen om één of andere reden niet konden werken, kwamen de alvermannetjes het werk doen. De dwergjes kwamen zelfs boekweit dorsen in ruil voor een kookpot vol pap. De volgende ochtend was al het werk gedaan en was zelfs het roet dat aan…
Vroeger hielpen de alvermannetjes de boeren vaak met het bemesten van het veld. Op ieder mesthoopje zat een alvermannetje dat begon te werken zodra de boer naar huis ging.
Wanneer de alvermannetjes 's nachts het werk van de mensen deden, wilden ze in geen geval bespied worden. Als de dwergjes merkten dat ze bespied werden, bliezen ze de nieuwsgierige een oog uit.
Een alvermannetje was in een holle boomstronk gekropen. Omdat het dwergje helemaal tot beneden was gevallen, heeft men de boomstronk moeten omhakken om het te verlossen.
De alvermannetjes woonden in ondergrondse gangen in de Alverberg. Wanneer men wilde dat de alvermannetjes 's nachts met het werk kwamen helpen, moest men een briefje op de Alverberg leggen. In ruil voor voedsel kwamen de alvermannetjes dan…
Vroeger verbleven in de Audsberg in Glabbeek alvermannetjes. Ze trokken de hele tijd rond tot voorbij Maastricht om hun handelswaar aan de man te brengen. Ze verkochten allerhande zaken, zoals bijvoorbeeld schoensmeer. Toen er in Glabbeek niets…
Een man beweerde dat hij 's nachts vaak een leger rode mutsjes zag. Dat waren zeker kaboutertjes die onderweg waren naar een boerderij waar ze gingen werken.
Vroeger kwamen de kabouters werken op de boerderijen in ruil voor voedsel. De kabouters spraken een vreemd taaltje dat niemand kon verstaan. De kabouters kwamen vooral boeren helpen, die ongeluk hadden gehad.
Tijdens de oogst gingen de alvermannetjes de boeren helpen met het dorsen van het graan. Op een nacht besloot een boer uit Kinrooi 's nachts door het sleutelgat de alvermannetjes te bespieden. De dwergjes merkten het onmiddellijk en bliezen de boer…
Alvermannetjes reden paard. Wanneer de mensen de dwergjes wilden achtervolgen, vergisten ze zich steeds omdat de paarden van de alvermannetjes achterstevoren waren beslagen.
De kabouters zouden het stadhuis van Leuven hebben gebouwd. Dat is één van de zeven wonderen die in Leuven hebben plaatsgehad. Zelfs de beste beeldhouwers kunnen zo'n gebouw als dat van het Leuvense stadhuis nu niet meer maken. Vroeger woonden er…