Een vrouw die veel moest wassen, zette een bord pap buiten. 's Nachts kwamen de alvermannetjes de was doen en de pap opeten. Als de vrouw de dwergjes ging bespieden, zouden ze nooit meer terugkomen.
Op het kasteel van Kwaremont woonde vroeger een heer die niet graag gezien was omdat hij de mensen slecht behandelde. De zonen van de kasteelheer bezaten elk een gedeelte van het bos. Eén van die zonen liet de mensen nog liever sterven dan hen een…
De alvermannetjes maakten zelf hun gereedschap met stenen en eikenhout. Een politieman die in Kozen en Wijer werkte, heeft ooit nog overblijfselen van dat gereedschap gevonden.
De alvermannetjes woonden in kelders in Bree. 's Nachts kwamen ze in ruil voor voedsel het werk van de mensen doen. Toen de alvermannetjes op een nacht door een boerenknecht werden bespied, sprak één van hen: "Snuit die kaars daar eens uit!". …
Een tovenaar die op reis was, voelde instinctief dat er aan het thuisfront iets niet in de haak was. De vrouwen die alleen thuis waren, zaten namelijk in zijn toverboeken te lezen en hadden op die manier rode dwergjes getoverd. De tovenaar kwam thuis…
De alvermannetjes maakten soms een vuurtje in een hooimijt. Wanneer men dichterbij ging kijken, zag men echter niets van het vuur en was er ook niets verbrand.
Vroeger hielpen de kabouters de mensen bij het maaien indien men ergens wat geld of voedsel neerlegde. Men vertelde dat de kabouters verdwenen waren omdat ze naar Afrika, meer bepaald naar Kaap de Goede Hoop waren vertrokken.
In ruil voor voedsel kwamen de alvermannetjes voor de mensen de aardappelen rooien of de moestuin omgraven. Later is die taak overgenomen door de kaboutertjes.
Onder de Kerkberg woonde vroeger een familie alvermannetjes. Bij de afbraak van de kerk in 1850 werden de gangen van de alvermannetjes ontdekt, waardoor de dwergjes moesten verhuizen. De mensen vonden dat erg jammer, want ze waren gewend dat de…
De alvermannetjes boden hulp aan mensen die hun werk niet gedaan kregen. Het waren kleine mannetjes met een muts op hun hoofd, die in oude eiken en in spelonken onder de grond woonden.
In de buurt van Maaseik zetten de mensen 's avonds het koperwerk buiten. Ze legden er ook altijd wat eten bij. De alvermannetjes kwamen 's nachts het koper poetsen.
In de bergen van Weert woonden vroeger kaboutertjes met mooie rode mutsen op hun hoofd. In ruil voor een lekkere boterham hielpen de kabouters vaak mensen die veel werk hadden.
Vroeger leefden er alvermannetjes op de stadswallen van Bree. 's Nachts deden de alvermannetjes het werk van de mensen in ruil voor wat voedsel. Op een dag had een boer voor de alvermannetjes leren lappen gekookt. Toen de dwergjes 's nachts zaten…