De kleinzoon van Sterke Hearke was een boomstronk aan het kappen. Hearke zei dat hij beter aan de andere kant van het huis kon gaan staan, in de luwte waar het niet zo koud was. De jongen zei dat hij de boomstronk daar nooit zou kunnen krijgen. Toen…
Duitse arbeiders sliepen in een keet. 's Nachts plasten zij altijd door een noest in het schot. Op een keer hielden een paar jongens een snoekenkop voor de noest.
Op een oude plaats zat allemaal geld in holle, houten balken verborgen. Als de ratten rondrenden, hoorde je het geld rinkelen. Toen de plaats later afgebroken werd, hebben ze al het geld gevonden. Het was een spookplaats.
De zwaluw heeft genesteld in het groene hout waar het kruis van Christus van gemaakt is. Dat was oneerbiedig, en daarom mag een zwaluw nooit meer een nest in het groene hout bouwen, maar alleen tegen steen of dood hout aan.
Een vrouw maakt zich ernstig zorgen over haar toekomst. Waarzegger Hinke Kaart stelt haar gerust en zegt haar dat ze binnenkort in een houten huisje komt te wonen, met allemaal mooie hoge bomen eromheen. De vrouw gaat gerustgesteld naar huis. Kort…
Een arme jongen vindt een schatkist, maar er blijken alleen vergeelde papieren in te zitten met woorden erop. De jongen neemt de kist mee naar de schoolmeester, en die ziet dat er allemaal verhalen in zitten. De jongen zou graag willen leren lezen,…
Een knecht treft zijn zus doodsbang aan, omdat ze knappende geluiden hoort. Hij wimpelt haar angst weg. Als hij een week later thuiskomt van het werk, is de kachel brandend omgevallen op de vloer. Er zit ook hout in de kachel en de knecht hoort het…
Een vader en zoon zagen op een paadje een hond, zo groot als een kalf en roetzwart. De vader hield niet van honden en gaf het beest een trap. Toen het beest geen geluid maakte, wisten ze dat het geen hond was en dat het niet deugde.
Alle drie de biggetjes hebben een eigen huisje. Een heeft een huis van stro, een van hout en een van baksteen. De wolf blaast die van stro en hout zo om. Die van baksteen kan hij niet omblazen. Die is van het slimme biggetje. Ze gaan dan met z'n…
Er waren eens drie biggetjes. Eentje bouwde een huis van stro, een van hout en een van steen. Toen kwam de wolf bij het eerste biggetje en zei dat hij de deur voor hem open moest doen. Dat deed de big niet en toen blies de wolf het huis van stro…
Van twee broers is er één rijk en één arm. De rijke broer zorgt niet goed voor de arme broer. De arme gaat op zoek naar fortuin en komt met een formule de grot van rovers binnen. Hij rooft daar rijkdommen. Vervolgens gaat de rijke broer ook, maar hij…
Drie mannen moeten in de gevangenis slapen. De een heeft slecht op spijkers geslapen. De ander heeft slecht op splinters geslapen. De Marokkaan heeft geen last van de luizen gehad: hij heeft er een gedood [en toen gingen ze allemaal naar zijn…
Op de Feanster Heide hoorde een man op een nacht iets tegen het kozijn aanschaven. Toen hij buiten niets zag, ging hij weer terug zijn bed in. Even later werd er buiten iets van hout neergezet, en daar iets boven op gegooid. Opnieuw ging de man…
Ruerd van der Veen kon soldaten uit het stookgat tevoorschijn laten komen en door het huis laten marcheren. Ruerd was ook timmerman. Toen de weg een keer versperd was door hout, greep een vrouw hem en smeet hem over de stapel hout heen. Toen was…
Vrijmetselaars metselden zomaar een huis in één nacht. Ze begonnen er 's nachts aan en de volgende morgen stond het klaar. Maar als er hier of daar nog een plankje bij moest, dan konden de spijkers er geen houvast in krijgen. Een ander kon er niet…
Toen de verteller nog een jongen was, haalden ze altijd oude stobben uit de Oude Venen om op te stoken. Op een blok achter het huis werden die gekapt. 's Nachts hoorde de verteller altijd kappen op dat blok, maar de anderen hoorden dat niet. Zijn…