Vroeger gingen de mensen 's avonds vaak bij mekaar spinnen. Men hield dan vaak een soort wedstrijd waarbij het de bedoeling was de langste draad te spinnen. Intussen dronk men jenever met siroop. Omstreeks twaalf uur mocht niemand naar huis…
Een man die door de maar werd bereden, greep met zijn hand naar de plaaggeest en voelde een hond met lang haar. De maar was een toveres die op haar slachtoffers ging zitten.
Een visser zei tijdens een onweer tegen de andere bemanningsleden van een schip: "De bliksem lijkt wel een slang!" Daarop antwoordde de stuurman: "Dan kunnen we beter onze netten binnenhalen, want we zouden wel eens slangen kunnen vangen!" Daarop…
Een boer had enkele mooie konijnen. Toen de dieren een halve kilo wogen, kregen ze echter allemaal lang haar net zoals de katten. Daardoor kon de boer zijn konijnen niet meer verkopen en moest hij de dieren wegdoen. De onderpastoor kwam de…
Lange Wapper lag met gekruiste armen op een dak en liet zijn voeten in de Schelde hangen. Lange Wapper was wel dertig meter lang. De mensen moesten onder Lange Wapper doorlopen. Lange Wapper was zo groot dat hij soms door een dakraam naar binnen…
Een vrouw ging 's avonds met een lantaarn in de hand boodschappen deon. Onderweg zag ze bij de Barsdammestukken een waterduivel met lange haren en een lange krulstaart naast zich lopen. De waterduivel deed haar echter geen kwaad.
Een echtpaar kwam omstreeks middernacht terug van de kermis. Toen de man en de vrouw voorbij de poort van de kerk van Elsegem liepen, stak er plots een wind op en zagen ze tot hun grote schrik een lange gedaante dwars door de haag vliegen. Het was de…
Een man die net op bedevaart wilde vertrekken, had boven zijn keukenraam twee toveressen met lange rokken zien vliegen. Toen de toveressen de man aankeken, begon deze laatste te zweten van angst.
Enkele jongens waarschuwden een man die in lompen was gekleed en een heel lange baard had, door te zeggen dat de weerwolf achter hem aan zat. De jongens namen dan een stuk hout en maakten een kruisteken.
In Genebos en in Molem (1) woonden twee heksen. De heks uit Molem droeg lange kleren en een hoofddoek. Het was een arme vrouw die ging leuren en bedelen en die de kinderen op de kermis snoepjes wilde geven.
Toveressen waren vrouwen die op een afgelegen plaats woonden, bijvoorbeeld in een hutje in het bos. Ze hadden lange haren en verzorgden zich niet. Veel mensen waren bang voor dergelijke vrouwtjes. Men geloofde immers dat toveressen mensen konden…
Een moeder die in het kraambed lag, kreeg bezoek van een vrouw met een lange neus, die begon te zingen: "Oh, wat een bengel! Oh, wat een bengel!" Het volgende ogenblik kreeg het pasgeboren kind ook een lange neus.
Janneke, die geen vader had, was alleen thuis omdat zijn moeder boodschappen was gaan doen. De moeder had bij haar vertrek gezegd: "De lange winter komt. Die moet ons geld hebben". Toen Janneke hoorde dat er werd aangeklopt, deed hij open en vroeg:…
In Papinglo waren klokken verzonken in een put. Op een dag liet men een steen aan een koord van wel 200 meter lang naar beneden in de klokkenput. Met die steen kon men de bodem nog niet raken. Daarom geloofde men dat die klokkenput geen bodem had.
Heksen kon je herkennen aan het feit dat ze ’s nachts vlogen, nooit baden (verleden tijd van bidden) en een kruis sloegen met de linkerhand en verkeerd om (van onderen naar boven en van rechts naar links). Als ze langs een kerk liepen dan spogen ze…