Het Tempelhof in Slijpe had muren van wel één meter dikte. In dat Tempelhof zouden ook altaars gestaan hebben. Men vertelde dat er een onderaardse gang van het Tempelhof naar Nieuwpoort liep. De Tempeliers zouden daar met paarden door rijden.
Na zonsondergang kon men niet meer op de Bogaerde komen omdat de plaats betoverd was. Er werd ook verteld dat de paters daar ondergrondse gangen hadden.
Men vertelde dat het spookte in het kasteel van Rummen. Omdat er veel geleerde heren woonden, stak de toren vol met boeken. Er waren ook veel onderaardse gangen.
Een smid die geen werk had, besloot met zijn hamer de wijde wereld in te trekken. Na een halve dag kwam de smid een mandenvlechter en een koordenmaker tegen, met wie hij verder reisde. 's Avonds namen de drie mannen hun intrek in een zaal van een…
In Lissewege zouden onderaardse gangen zijn, maar niemand heeft ooit zo'n gang gezien. In een weide ligt een grote arduinen steen die niemand kan optillen. Die steen zou de toegang tot de onderaardse gang afsluiten.
Op de hoek van de markt in Maaseik stond een huis waarvan de kelder toegang gaf tot een onderaardse gang. In dat huis hielden de bokkenrijders bijeenkomsten.
Onder het kasteel van Oversteen waren onderaardse gangen die uitkwamen op de Stijnheuvel. De mensen durfden de gouden wieg die onder het kasteel verborgen lag, niet op te graven omdat ze bang waren dat het Graalvuur in die wieg zat.
Tussen het Tempelhof en de Duivelstoren in Nieuwpoort was een onderaardse gang. Tijdens de oorlog is men er nooit in geslaagd de Duivelstoren te vernielen. De duivel bewaakte zijn bouwwerk immers.
Op de Dilger achter het kanaal in Rekem waren ondergrondse gangen die het kasteel van Rekem verbonden met dat van Hocht. Op die plaats zou iemand ooit de vuurman hebben gezien. Die zogezegde vuurman was gewoon het licht van mensen die op die plaats…
De bokkenrijders trokken er 's nachts op uit om te stelen. In Lauw hadden de rovers onderaardse gangen die tot in Maastricht liepen, en die de 'Hinderkuilen' werden genoemd. Omdat ze hun paarden achterstevoren hadden beslagen, wist men nooit waar…
In het moeras van Zoutleeuw is de kerk van Oud-Leef verzonken. Vroeger hoorde men er op kerstnacht de klokken luiden. Op een dag heeft men het Mariabeeld van de Ossenweg opgegraven in een naburig veld.
In de buurt van 'Ventje' en het 'kattensteegje' woonden dwergjes met puntige schoenen en een puntige muts. 's Nachts hielden die alvermannetjes zich bezig met het graven van een onderaardse gang, die uitkwam in een put bij een oud huis waarin een…
De bokkenrijders waren mensen met baarden, die in onderaardse gangen leefden. De bokkenrijders kwamen alleen 's nachts tevoorschijn. Soms lieten ze zich door de mensen dragen tot bij de ingang van hun onderaardse gang. De mensen die dat moesten…
Sint Ool is een dorpje in de buurt van Opoeteren dat werd genoemd naar de heilige Odilia. Men vertelde dat het kerkje van Sint Ool werd verwoest door de Noormannen. Sindsdien hoorde men elk jaar op kerstnacht stipt om twaalf uur de klok luiden…
In Mopertingen stond een kasteel dat 'de Blankaart' werd genoemd. Kasteel het Jonckhof lag tussen Munsterbilzen en Hoelbeek. De Tempeliers die in die kastelen woonden, gaven feestjes onder de grond. Ze hadden hun paarden achterstevoren beslagen. …
Bakelandt was de leider van een roversbende. Hij was vaak gekleed als een heer. Zevenentwintig rovers van de bende van Bakelandt werden in Brugge onthoofd. De rovers hielden bijeenkomsten in een herberg in Staden. Ze hadden ook verschillende…
Tempeliershoven waren ommuurde boerderijen. Men geloofde dat alle Tempeliershoven door onderaardse gangen met elkaar waren verbonden. De Tempeliers plaatsten hun doden in de zuilen van hun hof.