Bakelandt vertoefde in de bossen tussen Woumen en Langemark. Hij had daar een onderaardse gang. De bende van Bakelandt ging stelen bij de rijken. Aanvankelijk pleegden de rovers weinig moorden.
Een jager zag een grote otter die altijd in hetzelfde gat wegkroop. Op een dag ontdekte de jager dat dat gat uitgaf op een onderaardse gang van de Tempeliers, die Stene met Snaaskerke verbond.
Alvermannetjes waren kleine mensjes die onder de grond leefden en 's avonds bij de mensen aanklopten om wat voedsel te krijgen. Op een boerderij op 't Geneuth kwamen de alvermannetjes dorsen in ruil voor het voedsel dat ze kregen.
De Tempeliers woonden in onderaardse gangen. Op de dag vóór Kerstmis kon men de processie bij het Tempeliershof zien uitgaan. Vaak liepen er ook paarden zonder kop rond. In de kelder was een put waarin men nooit dieren kon zetten omdat het er zo…
Op het domein van het kasteel van Petegem werden honderdvijftig doodshoofden opgegraven. Ten tijde van de slavernij liet de kasteelheer zijn slaven hard werken zonder hen eten te geven. De slaven moesten 's nachts zelfs de kikkers doen zwijgen om…
Op de Blondushoeve woonden alvermannetjes in een onderaardse gang. 's Nachts kwamen die dwergjes de was doen voor de mensen. Toen de alvermannetjes voelden dat ze bespied werden, zei één van hen: "Blaas dat lampje eens uit!" De nieuwsgierige man…
Het dorp Sint Ool (Dorne) werd genoemd naar de heilige Odilia. Vroeger stond in Sint Ool een kerkje. Een ridder wilde met een Hollandse adellijke dame trouwen in het kerkje van Sint Ool. Omdat de dame de dochter van een heks was, bleef ze tijdens…
Onder een Tempeliershoeve zouden onderaardse gangen zijn, waar paters hadden gewoond. Nadat de paters vertrokken waren, zou het in die gangen gespookt hebben.
In de Otterbamd hoorde men vroeger een klok luiden die onder de grond lag. Op kerstnacht kwamen veel mensen naar de Otterbamd om te horen hoe de klok stipt om twaalf uur luidde.
In een weide in 's Heerenelderen lag kort bij de weg naar Mopertingen een put die de Duivelsput werd genoemd. Omdat in die put de kerk van Tongeren was verzonken, hoorde men er elk jaar op kerstnacht de klokken luiden. Wie te dicht bij de put kwam,…
In de Franse tijd verbleven er veel bokkenrijders in steengroeven en onderaardse gangen in Nerem. De rovers aanbaden een afbeelding van een bok die ze op de muur tekenden.
De bende van Bakelandt vertoefde in het Vrijbos, waar ze voorbijgangers van hun geld beroofden. Op zekere dag werden de rovers opgepakt toen ze in een onderaardse gang verscholen zaten. Men geloofde dat de bende van Bakelandt niet veel moorden had…
De kapel die in Sint Ool stond, is in de grond verzonken. Men vertelde dat de klok op kerstnacht van onder de grond twaalf keer luidde. Zotte Jan is een keer op kerstnacht naar die plaats geweest. Toen hij terugkwam, wilde hij niet vertellen wat…
Op een Tempeliershoeve in Stalhille kon men horen dat er een kelder onder het huis was. De Tempeliers maakten deel uit van een religieuze sekte. Omdat de Tempeliers rijker waren dan de Franse staat, werden ze in één nacht vermoord door de Franse…
Bij de Wietering hadden de alvermannetjes onderaardse gangen gegraven. In Stamproy kwamen de dwergjes 's nachts de paarden voederen. Omdat de paarden daardoor erg vet werden, sprak Marten, de zoon van de boer, op een dag tot de alvermannetjes:…
Twee mannen die 's nachts aan het vissen waren, besloten terug naar huis te gaan omdat de vissen niet wilden bijten. Eén van de vissers wilde uit het bootje stappen, maar viel in het water. Daarop zei de andere: "Jij dommerik, ik zal eerst…
In de put achter het kasteel was er een onderaardse gang die uitkwam bij een oude hoeve boven 'Opte Dries'. Wie bij die hoeve een waskuip zette met wat melk en beschuiten, kreeg 's ochtends al het wasgoed mooi gewassen terug. Drie alvermannetjes…
De alvermannetjes woonden in een onderaardse gang bij de burcht in Colmont. 's Nachts gingen de dwergjes voor de mensen hout kappen in ruil voor wat voedsel. De alvermannetjes wilden niet bespied worden wanneer ze aan het werk waren.