In een klein dorp woonden wel dertien of veertien klompenmakers. Al die mensen hadden een huisje waar ze hun klompen konden laten 'rukken'. Omdat er zoveel 'rukhuisjes' stonden, kreeg het dorp de naam 'Rukkelingen'.
In een café kwam een heer binnen, die meespeelde met een kaartspel. Toen één van de mannen een gevallen kaart opraapte, zag hij dat de heer een paardenpoot had. Sindsdien kreeg dat café de naam: 'Het wit paard'.
In het gebied dat de Maten werd genoemd, zat een laag turf van drie meter diep. De buurtbewoners hadden elk hun eigen stukje waar ze turf gingen halen. "Dat is mijn maat", zeiden ze dan. Zo is de benaming 'de Maten' ontstaan.
Tussen het Sint-Gangelofplein en de Hel lag een donkere straat waar geen huizen stonden. Onder invloed van de vrederechter die daar in de buurt woonde, werd die straat de 'Juge de paixstraat' genoemd.
In de Driesstraat tussen Romershoven en Vliermaalroot stond een dikke boom die de 'Pastoorseik' werd genoemd. Het was een holle boomstronk waarin vroeger een pastoor had gewoond.
De naam 'Deurne' zou afgeleid zijn van het woord 'dorne', wat misschien 'dor' of 'dorre streek' betekende. Vroeger stond op het kerkhof van Deurne een grafzerk met het opschrift: Familie C. de Dorne".
In Adegem bestond 'de kleine Moerewege' en 'de grote Moerewege'. Een vrouw die een 'konijnemoerke' (vrouwelijk konijn) had, ging met het dier naar iemand die een mannelijk konijn had. Bij haar aankomst zei de vrouw: "Ik ben hier met mijn klein…
In de Moteweide zou ooit een kasteel zijn verzonken. Bij opgravingen vond men daar oude vazen en muntstukken. In dat kasteel zou een zekere Wulfridus hebben gewoond. Sommige mensen geloofden dat de naam 'Wulvergem' daarvan zou zijn afgeleid.
Tussen café 'Den Os', café 'Den Ezel' en het Bekegems kapelletje stond een café met de naam ''t Schipleed'. Dat café werd zo genoemd omdat er ooit een schip zou zijn gezonken.
De inwoners van Wellen werden de 'bokkenrijders' , de 'bokke' of de 'bokkers' genoemd, omdat in Wellen veel bokkenrijders actief waren. In Hasselt werd later een café en een club naar de bokkenrijders genoemd.
Toen er op een dag een kar met vis door Weert reed, viel er per ongeluk een rog van de kar. Omdat de mensen nog nooit een dergelijk dier hadden gezien, durfden ze niet dichterbij te komen. Na een tijdje had toch iemand de moed om de vis met een…
Op de Galgeberg in Averbode heeft men ooit schedels van mensen gevonden. Een man had één van die schedels in zijn huis gezet. Toen hij op een avond terugkwam van een vergadering, zag hij onder het afdak van zijn huis een licht en het gezicht van een…
Vóór de eerste wereldoorlog heeft een zekere M. in Rutten een weide gekocht van joden. Die weide werd later de 'zwarte weide' genoemd. De pastoor voorspelde dat de man nooit geluk zou hebben met zijn weide. Er hebben inderdaad nooit bomen op die…
Veel verliefde jongens gingen de meisjes van het Pekelshof opzoeken. De vader van de meisjes sprak tot een jongen die zijn zinnen had gezet op één van zijn dochters: "Te licht, te licht". Sindsdien werd de boerderij 'De Licht' genoemd.
Vroeger woonde in Kortrijk een graaf die zeer geliefd was door zijn goedheid. Na een korte regeerperiode stierf de graaf, waardoor het volk het betreurde dat zijn 'rijk' zo kort was geweest. Daaraan zou de stad Kortrijk haar naam hebben verdiend.