Mensen die door de maar werden bereden, kon men verlossen door hun naam te roepen.
Wanneer een koe door de maar werd bereden, goot men soms water over het dier. Daarna kon men een vrouw op de koe zien zitten.
Een jongen zat op een zomeravond buiten, terwijl de kat op zijn voeten lag te slapen. Na een tijdje sprong de kat recht en liep weg. De jongen riep de kat terug, maar ze kwam niet. Er kwam wel een big zonder staart aangelopen.
Een man die graag een glas dronk en vaak ging kaarten, werd 's avonds op zijn weg naar huis gevolgd door een witte kat die hem de hele tijd voor de voeten liep. De man schopte naar de kat, maar kon het dier niet raken. Bij zijn thuiskomst stelde de…
Een boer sprak tot zijn zoon die wilde gaan jagen: "Jaag tot in de eeuwigheid". 's Nachts hoorde men de eeuwige jager naar zijn honden roepen: "Tei, tei, gauw!" Iedere honderd jaar keerde de jongen terug in de gedaante van een ezel. Nadat de deken…
Een jongen ging met zijn hondje de koeien hoeden. Toen hij voorbij het huis van de heks Koekelemie kwam, riep ze: "Ponijke, Ponijke, kom!" Daarop sprong het hondje langs het raam binnen in het huis van de heks. De jongen riep zijn hond terug, maar…
's Avonds zag men vaak donkere wolken in de lucht. Dat was de eeuwige jager. Het was de ziel van een dode man die geen rust kon vinden. Als het stormde, kon men soms iemand horen roepen: "Houw! Houw! Houw!"
Wie door de kokkemare werd bereden, voelde iets over zijn benen kruipen en had vervolgens het gevoel te zullen stikken. Slachtoffers van de kokkemare probeerden te roepen, maar konden geen geluid voortbrengen. Om zichzelf tegen de kokkemare te…
Een vrouw die door de maar werd bereden, voelde hoe een man haar keel dichtkneep. De vrouw begon hevig te zweten en riep haar echtgenoot die naast haar lag. De echtgenoot hoorde echter niets van het geroep.
Als er een doodsuil op het huis zat, dan zou iemand van de bewoners spoedig sterven.
Bij het huis van een oude man zat een uil in een wilg te schreeuwen. De buren joegen het dier weg, maar de volgende ochtend was de man dood.
Een pastoor had een zwarte hond. Na het overlijden van de pastoor liep de hond 's nachts rond in het dorp. Wanneer men het dier riep, dan kwam het tot bij het huis van de persoon die had geroepen. Daarna liep de hond terug naar de pastorij.
Een boer die aan het ploegen was, zag een kraai voorbijvliegen, die riep: "Hé Jan, hé Jan!" Opeens kwam de kraai op het juk van de os zitten. Omdat er een heks in de buurt woonde, verliet de boer zijn veld zo snel hij kon.
De mensen geloofden dat het in de moerassen van Teisserik (Genk) en Miezerik (Diepenbeek) spookte. Er zaten immers veel glimwormpjes, die voor dwaallichtjes werden aanzien. Wanneer men in één van die moerassen aan een stok trok, dan hoorde men de…
Een jongeman vertelde aan zijn vader dat hij elke dag een wit hert zag lopen. Daarop zei de man: "Dat hert zou ik ook wel eens willen zien!" Enkele ogenblikken later sprong het witte hert over de straat.
Een meisje dat 's nachts in bed lag, riep: "Vader, kom eens naar beneden! Hier zitten drie heren!" De man ging naar beneden en zag drie in het zwart geklede heren die aan een tafel zaten te schrijven. De man sloeg met een mispelaar naar de…
Een man uit Werken maakte 's avonds altijd iets vreemds mee wanneer hij naar huis ging. Tussen Klerken en Houthulst hoorde de man een stem roepen: "Ik heb je haast! Ik heb je haast!" Zodra de man bij zijn deurklink was, zei hij bij zichzelf: "Als je…
De eeuwige jager vloog 's nachts door de lucht terwijl hij riep: "Tsjagouw!" Het was een man die geen rust kon vinden omdat hij verwenst was. De eeuwige jager vond alleen rust op de groene top van een bies, maar de toppen van biezen zijn altijd…
Een man die door de maar werd bereden, voelde iets over zich heen komen en had een vreselijke droom. De man probeerde te roepen, maar er kwam geen geluid. Slachtoffers van de maar hadden en benauwd gevoel en konden zich niet verdedigen.
Een man werkte op de molen tussen Opgrimbie en Borsem. Op een dag sprak de zoon van de molenaar tot de man: "Als je naar Opgrimbie gaat, dan mag je niet langsgaan bij de smid. Zelfs als ze je roepen, moet je voortgaan". Vroeger was het eens…
Joske kon niet sterven omdat hij iets op zijn geweten had. Vlak vóór zijn dood sprak de man tot zijn kinderen: "Houd wat je hebt; ik zal lijden wat ik kan". Toen de man was gestorven, kwam hij in het bos spoken in de gedaante van een zwarte hen. …
Mensen die door de maar werden bereden, meenden vanalles te zien en konden geen geluid uitbrengen, maar hadden in werkelijkheid een stilstand van het bloed. Om zichzelf tegen de maar te beschermen, moest men zijn klompen omgekeerd onder zijn bed…
Een vrouw die door de maar werd bereden, begon te zweten en kon niet meer ademen. Wanneer die vrouw riep, kon niemand haar horen. De maar was een man die zuchtend langs het afvoergat voor het water naar binnen kwam en een tijdje later zuchtend weer…
Een man ging op het kerkhof van Merkem zijn vrouw roepen. Terwijl de man daar stond, zag hij een groot geraamte op zich af komen. De man vertelde aan enkele anderen wat er was gebeurd. Daarop ging de man met twee vrienden opnieuw naar het kerkhof.…