Een jongeman vloekte nogal wat. Op een nacht was hij onderweg, toen een plaagbeest hem de hele tijd achtervolgde. Het dier was zwart, en zo groot als een kalf.
Een man had heel de avond in de kroeg zitten vloeken en zweren, en hij had beweerd voor de duivel niet bang te zijn. Toen hij uit de kroeg kwam, zag hij een oude ketel liggen. Hij streek er met zijn mes over. Toen is hij drie keer neergesmeten…
Drie mannen kwamen eens terug uit de kroeg. Een van hen had vreselijk zitten vloeken enzo. Op de terugweg kon hij opeens niet meer verder lopen, hij bleef stokstijf staan.
Een dronken man zette eens een koffiekan met koffie in de brandende kachel en zei: "Als er een god is, dan ben ik niet bang voor hem." Maar toen ging het in huis zo vreselijk te keer, dat de man doodsbang op de vloer lag.
Een man kwam eens stomdronken uit de kroeg. Hij liep te vloeken en te zweren en beweerde voor de duivel niet bang te zijn. Toen kwam er een klein hondje bij hem, die trok hem zo de sloot in. Daar vochten de man en het hondje. Helemaal blauw en onder…
Een man werd vaak door de duivel neergesmeten. Soms was hij in het achterhuis van een winkel aan het werk, en hoorden de mensen hem kermen. Dan pakte de duivel hem.
Vier mannen waren eens aan het vissen. Drie van hen waren grote spotters, en ze hadden ook nu weer een grote mond. Totdat het opeens hard begon te waaien, en de drie iets raars zagen. Ze renden hard weg. De vierde man zag niets en bleef rustig…
Germ Godloos werd zo genoemd omdat hij altijd zo vreselijk vloekte. Hij woonde in het Godloos Tolhuis. Toen hij ziek werd, waakten twee mannen bij hem. Ze gingen even de kamer uit. Toen ze terugkwamen, vonden ze Germ met zijn nek omgedraaid. Dat had…
Een spotter wordt bij thuiskomst tegengehouden door een dik zwart ding. Het is de duivel. Hij schopt twee keer naar de duivel. De duivel mag je niet vaker dan twee keer schoppen.
Een spotter pocht niet bang te zijn zich op een bepaalde spookplaats te begeven. Op de spookplaats treft hij een kerel. De kerel grijpt hem en gooit hem tot drie keer toe in de sloot. De spotter vermoedt dat de duivel hem gegrepen heeft.
Een stelletje spotters imiteert het heilig avondmaal in een herberg. Om de zondaars te straffen, gebeuren er vreemde dingen: er vloeit flink wat bloed.
Een spottende timmerman wordt door een vrouw over de brug geworpen. Als hij in vloeken uitbarst omdat een vrouw hem gegrepen heeft, wordt hij nogmaals - nu zeer ruw - neergesmeten.
Een spotter pocht de duivel op de ladder naar zijn zolderkamer te willen treffen. Hij wordt prompt tot drie keer toe van de ladder afgestort. Sinds die gebeurtenis heeft de spotter zich bekeerd. Hij heeft de duivel nooit meer uitgedaagd.
Een man die uit de kroeg komt wordt hinderlijk gevolgd door een kat. De man noemt het beest 'duivel' en roept geïrriteerd met het dier 'af te zullen rekenen'. Prompt wordt de spotter door de kat over de sloot gesmeten. De kat was de duivel zelf.