In de tijd van de Noormannen waren in Zonhoven vier schansen. De Noormannen gingen bij de mensen overal de ham stelen. In de balk boven de deur maakten ze drie inkervingen als bewijs van hun aanwezigheid.
In Neeroeteren kreeg een man volgend verwijt te horen: "Jouw grootvader heeft op een boerderij de mensen boven het vuur gehouden om te weten te komen waar het geld verborgen lag!"
De bokkenrijders beroofden de rijke mensen en gaven het gestolen goed aan de armen. Soms schaatsten de bokkenrijders over het dichtgevroren kanaal van Maaseik naar Oost- of West-Vlaanderen.
Bij de plundering van een kerk hadden de bokkenrijders een kelk met hosties gestolen. Toen ze de hosties in kokende pap gooiden, veranderde de pap in bloed.
Wanneer een bokkerijder niet langer rover wilde zijn, moest hij met een zwarte hen op een kruispunt gaan staan. De bokkerijder mocht onder geen beding achteromkijken. Terwijl de hen steeds zwaarder werd, zouden er dan zeven koetsen voorbijrijden. …
Een man uit Beegd lokte een paardenhandelaar mee, die lid was van de bokkenrijders. Toen de mannen de Maas overstaken, sprak de veerman plots: "Meneer, uw jas hangt in het water". Daarop sprong de bokkenrijder uit de boot en zwom weg.
De (roof)ridder van Hoensbroek krijgt een aap cadeau die deel uitmaaktte van de buit van één van de rooftochten van zijn mannen. Deze aap blijkt de duivel te zijn.
Praam van Snekers die klok hebben gestolen, zinkt naar de bodem van meer. Op die plaats hoort men de klok nog luiden. Snekers krijgen de naam klokkedieven.
Voor de klok is zoveel geboden als bedrag aan dubbeltjes dat in en op de klok gelegd kon worden. Snekers hebben een mislukte poging gedaan om klok te stelen.
Dader van moord blijft onvindbaar. Later merkt één van de zoons op dat een kat op dezelfde manier jammert als de vermoorde. Iemand hoort dat, waardoor de dader bekend wordt.
Rover spreekt man met zak geld aan, neemt de zak over en wil weglopen, maar de eigenaar zegt dat hij de andere kant uit moet. Thuisgekomen neemt de man de zak weer over.
Midden in de nacht wordt bij pastoor aangebeld en een stem zegt dat dat hij naar het dorp Gammelke moet gaan. Er is niemand te zien, maar poastoor gaat op weg, hij vertrouwt erop dat hem de weg wordt gewezen. Bij een huis waar licht brandt zit een…
In 1672 trekt een Frans leger over de zuidelijke grenzen. Twee Franse soldaten deserteren uit het leger en vestigen zich in Knegsel, waar ze leven van roof en diefstal. Een wever uit Steensel wordt op kerstavond overvallen en vermoord door een van de…
De Friese piraat Claes Stortebeker hield huis op zee, en gevangenen liet hij een hele grote beker in één teug leegdrinken. Wie dat niet kon, werd gedood. Slechts één Groningse jonker kon het en werd gespaard. Claes had zelf ooit ook een proef moeten…
De Noormannen teisterden de friezen: ze roofden en moorden en ze verwachtten ook dat hun eer bewezen werd. Iedereen droeg een strop om de hals en als men niet boog, dan haalde een Noorman die strop aan. Ook als de Noormannen er niet waren, moest er…
Als van de kar met de geroofde kerkklok de as breekt, verzinkt de klok in de bodem. Bij pogingen om de klok naar boven te halen zinkt de klok steeds dieper weg. In de kerstnacht om middernacht luiden de klokken.