Een jongen die zijn studies voor pastoor had opgegeven, moest zijn vader helpen met het laden van mest. "Hoe zeg je dat in het Latijn?", vroeg de vader, waarop de jongen antwoordde: "Riekatus, mestatus op karratus". De jongen wilde naar de kermis…
Een kwakzalver, die hoog opgeeft van zijn kwaliteiten, beroemt zich op zijn kwaliteit alle ziektes te kunnen genezen: scheurbuik, hoofdpijn, kiespijn, schurft etc. 'En dat niet,' aldus de zelfverzekerde pocher, 'niet door een langdurige behandeling,…
Meid van de pastoor die vergeten is hoe de pastoor de erwten wil eten, vraagt een koorknaap er naar te vragen. De mis is al begonnen, waarop de jongen zingend de vraag stelt. De pastoor antwoordt in het latijn hoe de erwten moeten worden…
Een pastoor die het laatste oliesel moet toedienen is de tekst vergeten. Hij ziet een haas in de klaver lopen, een peer in de sloot vallen, en een man met schoenen met versleten zolen, en zegt dat in potjeslatijn.