Omdat men op het kerkhof altijd een lichtje zag branden, durfde niemand daar voorbij te wandelen. Op een dag gingen twee jongens toch eens kijken. Zodra ze dichterbij kwamen, zagen ze dat het licht in feite de weerkaatsing was van een licht uit de…
Wanneer de mensen 's avonds door een holle weg gingen, waren ze soms bang bij het zien van een vreemd licht. Het licht was eigenlijk niets meer dan de weerkaatsing van het maanlicht op de werktuigen die men in het veld had laten staan.
Wanneer men 's nachts onderweg was, zag men soms een doodkeers. Een dergelijk licht werd veroorzaakt door een lichtgevend gas of door de weerkaatsing van de maan.
In de Oppemstraat bij de Malebeek kon men vaak stallichten zien. In werkelijkheid werden die lichten veroorzaakt door de weerkaatsing van de maan in het water, zodat het leek alsof er een lantaarn in een boom hing.
Dwaallichtjes of doodkaarsen waren lichtjes op het veld, die door het maanlicht weerkaatst werden. De mensen geloofden dat dergelijke lichtjes spoken waren. In werkelijkheid werd het licht veroorzaakt door gassen die ontsnapten uit kadavers. Anderen…
Op een avond in de maand augustus ging een man langs het strand wandelen. In de verte zag de man een licht dat steeds dichterbij kwam. Het leek wel een vuur dat boven de zee zweefde. Opeens ging het vuur in de zee om even later te verdwijnen. Toen de…
Soms gebeurde het dat iemand zijn ploeg op het veld had laten liggen en dat het maanlicht 's nachts weerkaatste op het metaal. De mensen geloofden dan dat ze een spook zagen.
Een jongeman die te voet naar Maasmechelen moest, zag in een eikenbos altijd dwaallichtjes. Toen de jongen aan zijn vader vertelde wat hij had gezien, antwoordde die: "Dat zijn stammetjes van afgezaagde eiken, die het licht weerkaatsen".
Een man had een wit paard in het water zien zitten en was zo bang geworden dat hij een vriend was gaan halen. Toen het tweetal terugkwam, stelden ze vast dat het zogenaamde paard niets meer was dan de weerkaatsing van het maanlicht in het water.
Een stalkaars was een uitgeholde biet waarin men een kaars had gezet. Naast de kaars zette men enkele stukjes van een oude spiegel om de kaarsvlam te weerkaatsen. Zulke farçeurstrucs haalde men uit om dronkaards de stuipen op het lijf te jagen.
Enkele mensen waren gaan wandelen langs de Varkensputten in Westrode (1). Toen die mensen bij maneschijn terugkwamen van een café, zagen ze een spook bij de Varkensputten. Het spook werd alsmaar groter en groter. De mannen durfden geen woord met…
Veel mensen waren bang om voorbij het oude slot te gaan. De schoolmeester ging eens onderzoeken waar die mensen zo bang voor waren. Het bleek dat er kalveren graasden en dat de maan in hun ogen scheen.