Vrouw vertelt over haar broer die bang was voor de boevent. Op een avond moest hij in het donker een boodschap gaan halen, hij was zo bang dat hij een pook meekreeg om de boeman weg te jagen.
Toen de verteller als kind ongehoorzaam was, dreigde zijn moeder met Ücü. Op een avond werd hij in het donker besprongen. De verteller dacht dat het Ücü was, maar het bleek een familielid te zijn, die hem had willen laten schrikken.
Aan Turkse kinderen wordt verteld dat ze altijd door iets in de gaten worden gehouden. Ze worden bang gemaakt voor de boeman Öcü. Als ze ongehoorzaam zijn, dan komt Öcü.
De `boezehappert' is een soort boze watergeest, die een gevaar kan betekenen voor kinderen. Hij is vier el lang; heeft gloeiende, groene ogen; grote, scherpe tanden, horens, doornen, schubben, stekels, nagels etc. Hij woont in diepe meren en sloten,…