In ieder dorp waar een geestelijke is moeten zeven heksen zijn. De pastoor kent ze. Ze doen de ogen dicht bij de zegening (hebben een bijenkaar op het hoofd ?), zodat de zegen niet bij hen komt.
Heksen waren bang voor alles wat met de Kerk te maken had. Ze konden niet tegen wijwater en ze kwamen ook nooit in de buurt van een kapel omdat ze daar niet binnen geraakten.
Een framasson in wiens huis de deuren 's nachts open en dicht vlogen, werd naar de kerk gebracht om zich te laten bekeren. Daarna was de framasson zoals een gewone mens.
Twee broers die in ruzie leefden, wilden zelfs niet langs dezelfde ingang de kerk binnengaan. Daarom waren in de kerk van Beveren twee deuren. Na hun dood waren de broers vervloekt. Ze veranderden in twee zwarte honden die met kettingen aan elkaar…
De dochter van een heks wilde het toverboek van haar moeder vernietigen. Het toverboek kon echter niet verbrand worden. Wanneer het boek werd weggegooid, kwam het vanzelf weer terug. De dochter besloot met het boek naar de kerk te gaan. Hoe…
Wanneer de mensen uit Sint-Joris-ten-Distel naar de mis gingen, kroop er altijd een grote waterduivel uit de vaart. Die waterduivel ging mee tot aan de kerk, maar hij deed niemand kwaad.
Een heer die bij het gokken al duizenden franken had verloren, kwam op een dag in het café met de woorden: "Ik ben helemaal geruïneerd!" Toen de heer buitenkwam, stond daar een zwarte gedaante op hem te wachten, die hem vroeg wat er scheelde. Nadat…
Een vrouw die bij een framasson in Brugge werkte, ging iedere zondag naar de mis. Op een zondag geraakte de vrouw echter niet bij de kerk. Toen ze thuiskwam, vroeg de framasson: "Is het goed geweest in de kerk?"
Op kerstnacht hoorde men om twaalf uur klokken luiden in de bron van Membruggen, die 'de Kelderkes' werd genoemd. In die bron is ooit een klooster van de Tempeliers verzonken. Men heeft eens geprobeerd om met een staaf de bodem van de put te…
Toen de koster terugkwam van de kermis in Gelinden, zag hij onderweg een grote hond. Toen de man bij de olm kwam, was de hond plots verdwenen. De hond was de geest van een overleden man die nooit naar de kerk was geweest.
Op de trappen van de kerk van Zussen zat altijd een oud vrouwtje. Op een dag heeft men haar met een man of twintig ontmaskerd (als heks?). Het vrouwtje is weggelopen, maar men heeft haar toch kunnen inhalen.
Een man die samen met een vriend terugkwam van de kermis van Leerbeek, zag in Kestergat een figuur met een lantaren staan. De man was doodsbang en ging voort. De figuur volgde hem echter. Toen de man op de trappen van de kerk ging staan, was de…
Een vrouw die met een sikkel spurrie aan het snijden was, werd bij haar werk gehinderd door een kat. Geërgerd sprak de vrouw: "Maak dat je wegkomt, of ik snijd je met de sikkel!" Omdat de kat niet wegging, sneed de vrouw het dier in de snuit. …
Vroeger bestonden er veel mensen die konden toveren. Op een dag sprak de pastoor van op zijn preekstoel: "Alle mensen die anderen pijnigen en kwaad doen, zullen in de kerk blijven!" Na afloop van de mis bleven drie of vier vrouwen in het kerkportaal…