Acht mannen die samen naar hun werk gingen, zagen bij de molen van Rumbeke vier mannen lopen. Die mannen waren naar een vrouw geweest, die familie was van Deroo, die lid was van de bende van Pollet. Aan dat vrouwtje hadden de mannen gevraagd wie in…
Dwaallichtjes zweefden vaak boven de weide en de heide. Wie naar een dwaallichtje wenkte, werd achtervolgd door tientallen dwaallichtjes. Indien men dan tijdig thuis raakte, stond er een hand in de deur gebrand.
Een boer die geen schuur had om zijn oogst in op te slaan, liep bedroefd door het veld, waar hij een mooi geklede heer tegenkwam, aan wie hij zijn probleem vertelde. De heer sprak tot de boer: "Je zal binnen één dag een mooie schuur hebben als je mij…
Een man die met zijn vrienden aan het kaarten was, zei: "Wie schoppenboer gooit, die moet een fles wijn gaan halen". Toen de vrienden beweerden dat dat niet kon, zei de man: "Als ik schoppenboer gooi, dan beloof ik dat die kaart een fles wijn zal…
In Leopoldsburg kwamen vroeger drie oude mensen leuren met spelden en allerlei andere zaken. Omdat de dorpsbewoners bang waren voor die leurders, durfden ze hen geen hand te geven.
Bij Harie V.P. had men veel ongeluk; de dieren gingen allemaal dood en men kon geen boter meer maken. Op aanraden van de paters ging de familie op bedevaart. Daarna kwam de pater de plaaggeest verbannen. Met een koord werd de geest naar het bos…
In het 'assenhuisje' op de Gores stond een hand in de muur gebrand. De afdruk was bijna zo groot als een deur. De avond waarop dat gebeurd zou zijn, hadden de buren de vuurman zien voorbijkomen.
Mensen die achtervolgd werden door de vuurman, vluchtten snel naar binnen. De volgende dag stond de hand van de vuurman in de deur gebrand.
Bij nat weer kwam er vuur uit de grond. Wanneer het dan erg waaide, sloeg dat vuur tegen de deur. Zo kwam…
Een vrouw sprak tot iemand die op bezoek moest gaan bij een heks die een toverboekje bezat: "Ze zal haar hand op je schouder leggen. Als je zegt: 'God zal het je lonen', dan zal ze je geen kwaad kunnen doen".
Een vrouw die op de Ongelberg woonde, stond 's avonds naar een dwaallichtje te kijken. Toen de vrouw naar binnen ging, had ze niet gezien dat haar jongste kind stiekem naar het dwaallichtje wenkte en daarna snel naar binnen liep. Even later hoorden…
Op een avond hoorde men in een huis iemand roepen die buiten aan de deur stond: "Kom naar buiten! Laat mij binnen!" Niemand durfde te reageren. De volgende dag stelde men vast dat de heks een hand in de deur had gebrand.
Een vroedvrouw zorgde ervoor dat alle kinderen die ze ter wereld had geholpen, stierven. Die vroedvrouw was een heks. De handen van de duivel waren zichtbaar op het hoofdje van het kind.
Een jongeman was het beu dat er altijd een kat in huis rondliep. Op een dag sloeg de jongeman de kat een poot af. Achteraf bleek echter dat de man bij zijn eigen moeder een hand had afgehakt.
Bij J. in Sledderlo zat een weerwolf. Wie naar de weerwolf durfde te fluiten, die werd vermoord. De weerwolf had aan zijn borst een blaas hangen, die was gevuld met bloed. Als men de weerwolf op die plaats kon snijden, dan werd hij weer mens. In…