H. had al vaak geslagen naar een kat, maar hij slaagde er niet in het dier te treffen. Gedoopte mensen moesten in dergelijke gevallen met de stok langs hun haren wrijven. Daarna zouden ze de kat wel kunnen treffen.
Enkele mannen gingen 's nachts bij maneschijn op strooptocht. Bij de Pampert aan Lowieke van de veearts meende één van de mannen een grote haas te zien. De andere ging kijken en riep uit: "Verdomme, de weerwolf!" De mannen haalden de trekker van…
Bij het kapelletje verscheen vroeger altijd een dwaallichtje. Dat was de ziel van een ongedoopt kindje. Niemand durfde het dwaallichtje te dopen. Toen iemand dat op een dag toch had aangedurfd, verdween het lichtje.
Enkele mensen die naar de doop van een kind waren gaan kijken, kwamen op de weg naar huis talloze groene padden tegen, die hen de weg versperden. De heks Rosse M. was ook aanwezig geweest op de doop.
Een vrouw zat vol luizen nadat een heks bij haar op bezoek was geweest. De pastoor probeerde de mensen gerust te stellen door erop te wijzen dat gedoopte mensen geen gevaar liepen voor het kwaad.
In Rutten woonde een jongetje dat muizen kon maken uit aarde. Een geestelijke heeft de jongen opnieuw gedoopt. De jongen was heel verdrietig toen hij daarna geen muizen meer kon maken.
Op school was er een jongetje met de naam Janneke, dat muizen kon toveren door broodkruimels uit zijn zak op de grond te gooien. Nadat de pastoor de jongen opnieuw had gedoopt, kon hij geen muizen meer maken.
Een man die altijd werd geplaagd door de weerwolf, stak het beest op een dag met een mes in de kop. Omdat de weerwolf een wonde had op de plaats waar hij was gedoopt, veranderde hij in een mens en zei: "Als je mij verraadt, dan verscheur ik je!" …
Dat waren kinderen, die gestorven waren zonder gedoopt te zijn. Ze kwamen terug in de vorm van lichtjes. De mensen die dat zagen, werden hierdoor van streek.
's Avonds zag je dwaallichten over de grond gaan. De Rooms-Katholieken zeiden dat als je je kinderen niet gedoopt had en ze waren gestorven, dat had dan dwaallichtjes werden, omdat ze niet in de hemel kwamen.
Een van de klokken was niet geldig gedoopt. Bij het dopen werd er een woordje overgeslagen en niemand had daar op gelet. Alleen de duivel had iets ervan vernomen. Hij stal op een nacht de klok en sleurde haar naar de Peel, waar ze in een van de…
Een man wordt op zijn rug gesprongen door een weerwolf en moet hem tot halverwege de berg dragen. Hij bedenkt hem bloed te doen laten, waar hij gedoopt is. Tis de smid sleept de rugplakker, hem bij de poten vasthoudend, naar Sjaaks café, waar hij de…
Moeder ging 's avonds naar de put en zei: "Nou moet je eens even hierkomen, wat daarginds voor lichtjes de lucht ingaan." Ik vroeg: "Wat heeft dat dan te betekenen?" Ze had van haar ouders gehoord, dat het dwaaslichtjes waren, onnozele kinderen, die…