Een jongeman werd kort vóór zijn priesterwijding peter van een tweeling. Nadat de tweeling door de pastoor uit het dorp was gedoopt, stelde de jongeman vast dat de kinderen ongelukkig waren. "Waarom dan?", vroegen de mensen. "Het is een heks en…
Dwaallichtjes waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Ze probeerden mensen vaak naar het water te lokken om gedoopt te worden. Op die manier verdronken er soms mensen.
Door hun nieuwsgierigheid haalden oude vrouwen zich vaak de reputatie van 'heks' op de hals. Wanneer er een kind werd gedoopt, gingen oude vrouwen vaak uit nieuwsgierigheid een kijkje nemen in de kerk. Ze tilden dan hun hoofddoek op en zeiden: "Wat…
Een man die met paard en kar naar Luik reed, zag plots dat er een dwaallichtje op de kar was komen zitten. Omdat de man wist dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren, doopte hij het lichtje met wat koffie. Het volgende ogenblik…
In het moeras bij de kerk zag men vaak dwaallichtjes. Dat waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. Wanneer men water op een dwaallichtje had gegoten, verdween het omdat het gedoopt was.
Weerwolven kwamen de mensen altijd plagen. Wanneer men een weerwolf echter kon treffen op de plaats waar hij was gedoopt, dan nam hij weer zijn menselijke gedaante aan.
Dwaallichtjes waren de zielen van kindjes die ongedoopt of verkeerd gedoopt waren. Wie een dwaallichtje wilde dopen, moest zeggen: "Ik doop u alleen". Anders zouden er honderden dwaallichtjes aangevlogen komen om zich te laten dopen.
Een weerwolf was een mens die slecht was gedoopt en daarom in de gedaante van een wolf moest rondlopen. Weerwolven konden alleen gered worden als iemand hun vel verbrandde.
Tijdens de catecheseles had een jongetje de kerk vol muizen getoverd door met een stok op de grond te tikken. Toen de pastoor dat zag, doopte hij de jongen opnieuw. Daarna kon de jongen geen muizen meer maken.
De moeder van Jefke V.S. werd ervan verdacht een heks te zijn. Het was een vrouw die snel op haar tenen was getrapt en onmiddellijk met een mestvork achter de mensen aan ging.
Heksen waren vrouwen die slecht waren gedoopt.
Pie V.S., een knecht die in Herk werkte, kon muizen maken uit een handvol aarde. De pastoor maakte de man wijs dat hij nog veel mooiere muizen zou kunnen maken als hij zich liet dopen. Toen de man gedoopt was, kon hij geen muizen meer maken.
Een man die 's avonds laat terugkwam van een repetitie in Rolen, moest onderweg een boodschap doen. Toen de man achter een struik zat, sprong er plots een hond op zijn rug. Nadat de man het dier had verwond op de plaats waar het was gedoopt,…
Tijdens de catecheseles in de basiliek van Tongeren gooide een jongetje wat aarde op de grond. Het volgende ogenblik liepen er allemaal muisjes. Nadat de pastoor de jongen opnieuw had gedoopt, kon hij geen muizen meer maken.
Bij de Rulbeek, een rivier in Holbeek, zag men elke nacht een dwaallichtje. Een jongen uit Donk die voor pastoor studeerde, wilde het dwaallichtje dopen. Toen hij water over het lichtje had gegoten, stond er plots een ongedoopte man voor hem. De…
Een meisje dat in Kessenich naar de catecheseles ging, had muizen gemaakt die door de kerk liepen. Toen de pastoor dat had opgemerkt, zei het meisje: "Ik kan nog meer", en ze stak een speld in haar pols zonder dat er een druppel bloed vloeide. Het…
Een man die beweerde dat dwaallichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren, wilde er één proberen te dopen. De man is er echter nooit in geslaagd een dwaallichtje te vangen.
Een meisje dat snoep had aangenomen van een heks, werd alsmaar magerder en magerder. Pastoor Z. gaf de ouders de raad om het meisje te laten overlezen door de paters van Wijk. Nadat men dat had gedaan, ging het al iets beter met het meisje. In het…