Twee mannen die van Bilzen naar Weert gingen, zagen in het bos de vuurman. Toen de mannen de eerste huizen van het dorp bereikten, floot één van hen naar de vuurman. De volgende dag stonden er twee poten in de poort van het huis gebrand.
Een dwaallichtje was in feite een vuurman. Een man die naar een dwaallichtje had gefloten, vluchtte snel naar binnen. De volgende ochtend stond de hand van de vuurman in de deur gebrand.
Op een avond maakte een baas met zijn knecht Pierre een wandeling op 't Achterste Joppen in 't Roren in Opoeteren. Toen het tweetal in de verte een vuurbol zag, zei Pierre: "Daar is de vuurman. Zal ik eens naar hem fluiten?" De baas vond het…
Vuurmannen waren dwaallichtjes. Dat waren gassen die uit moerassen ontsnapten ofwel zeppelins die in de lucht hingen.
Een knecht die op de molen van Hees werkte, floot op een winteravond naar een dwaallicht. Vlak nadat de knecht naar binnen was…
Enkele mannen waren bij valavond in de Nieën hooi aan het binden. Toen één van de mannen naar de vuurman had gefloten, vluchtte iedereen snel naar huis en sloot de deur achter zich. Even later hoorden de mannen een luide slag op de deur. De…
Op de Royer molen in Opitter was een molenaar 's nachts aan het malen. Toen de man even een luchtje ging scheppen, zag hij in de verte een vreemd licht. Toen de molenaar naar het licht floot, kwam er een vuurman in snel tempo dichterbij. De…
Bij de Hoof langs de Pannestraat zag men " 't lämpke" vaak vliegen. Als men naar het lampje had gefloten, moest men de deur snel dichtgooien. Daarna brandde " 't lämpke" zijn vijf vingers in de deur.
Vroeger vloog de vuurman altijd over de Maas. Wanneer men naar hem had gefloten, kwam hij de spotter onmiddellijk achterna. De volgende ochtend stond de hand van de vuurman in de deur gebrand.
De vuurman was niets meer dan een rondvliegende bol vuur. Wanneer men de vuurman met rust liet, deed hij niemand kwaad. Een man die op de heide woonde, zag op een dag een vuurman en floot ernaar. Daarop vloog de vuurman onmiddellijk in de richting…
Op het Bergeveld of Tomveld verschenen vaak dwaallichtjes. Wanneer men naar een dwaallichtje had gefloten, kwam het in een mum van tijd naar de persoon die het had uitgedaagd.
Een man die bij de Pannewinning in Koersel naar een vuurschoefer had gefloten, ging snel naar binnen. Even later weerklonk er een luide bons. In de deur stond een paardenvoet gebrand.
Op 't Geneuth dwaalde de vuurman rond. Op een dag had een man tegen beter weten in naar de vuurman gefloten en vervolgens de deur dichtgegooid. Daarop brandde de vuurman zijn hand in de deur.
Toen Hubert V.B. terugkwam van Caberg, zag hij onderweg de vuurman lopen. Toen hij naar de vuurman had gefloten, ontstond er in de gracht een reusachtig vuur zo groot als een huis.
Bij de familie C. die op Geneuth woonde, had ooit iemand gefloten naar de vuurman die aan de overkant van de Maas stond. De vuurman was dichterbij gekomen en had zijn hand in de deur gebrand.
Een schaapherder die meel wilde smokkelen voor zijn kinderen en zijn arme buurman, kwam twee douaniers tegen. De douaniers namen het meel af, verdeelden het onder hun tweeën en wilden weggaan. Daarop begon de schaapherder op zijn fluit te spelen. De…
Bij het Broek stonden twee armzalige huisjes die elk werden bewoond door een man. Iedere avond, vooral tijdens de periode van de Advent, zag men tussen de bomen lichtjes zweven. Wanneer men naar de lichtjes floot, kwamen ze de persoon die hen had…
De vuurman was een vuurbol die vonken van zich af schudde, maar nooit iets in brand stak. Hij deed de mensen ook nooit kwaad als ze niet naar hem floten of wenkten. Als de vuurman je achtervolgde, moest je je snel uit de voeten maken.
Een man floot naar een dwaallichtje dat hij in de verte had gezien. Toen het dwaallichtje dichterbij kwam, haastte de man zich naar binnen. Even later was er een gloeiende hand in de deur gebrand.
Naar een vuurman mocht men niet fluiten, want anders zou hij de persoon die hem had uitgedaagd, achtervolgen. Wanneer men dan snel de deur dichtgooide, brandde de vuurman zijn hand in het hout.