Een weduwnaar met drie kinderen ging altijd leuren en kwam dan voorbij het kerkhof. Drie opeenvolgende dagen had de man het gevoel dat hij haast niet voorbij het kerkhof kon geraken. Daarop sprak de pastoor tot de man: "Ga morgen terug. Je moet…
Een toveres uit Grimbergen had al een hele tijd veel pijn, zodat men geloofde dat ze zou sterven. Toen haar zoon geloofde dat het niet lang meer zou duren, zat hij met een kaars tussen zijn benen te wachten. De vrouw is dan toch niet gestorven. Later…
Enkele deugnieten hadden een kaarsje op de rug van enkele kikkers gebonden. Mensen die die kikkers zagen, geloofden dat het toveressen waren en dat hun huis betoverd was. De paters moesten het huis dan komen overlezen.
Bij de molen zat een konijn dat alle kolen opat. Men had al vaak geprobeerd naar het konijn te schieten, maar men was er nog nooit in geslaagd het dier te treffen. Een pater uit Rekem had de man de raad gegeven om in de plaats van een patroon een…
Een vrouw die melk ging halen, zag op een houten afsluiting twaalf kaarsen op zo'n dertig centimeter afstand van elkaar staan. Toen de vrouw bang bleef staan, doofden de kaarsen. Zodra de vrouw voorbij de afsluiting was, begonnen de kaarsen weer te…
Mensen die geloofden dat ze het slachtoffer waren geworden van de kwade hand, gingen te rade bij een vrouw uit Jette. Die vrouw verkocht medailles en zegde gebeden. Vervolgens zei de vrouw: "Wanneer je morgenvroeg opstaat, moet je een kaars…
Een dwaallicht was een kaars in een biet die men had uitgehold in de vorm van een gezicht of een doodshoofd. Wanneer het donker was, zette men die biet buiten om de mensen bang te maken.
In Klerken woonde een vrouw die geen brood kon bakken. Van de geestelijken kreeg de vrouw de raad om het hout van de oven met een gewijde kaars in brand te steken. Toen de vrouw dat had gedaan, lag er een dood vrouwtje in haar bed. Daarmee wist de…
Vroeger waren er mensen die een uitgeholde biet met een kaars in het veld of op een verlaten kruispunt zetten. Voorbijgangers geloofden dan dat ze een stallicht hadden gezien en liepen snel weg.
Een toveres uit Leerbeek ging haar brood altijd bakken in de oven van een buurman. Op zekere dag stak de buurman een gewijde kaars onder de drempel, waardoor de toveres niet binnen kon.
De duivel kwam binnen in een café, stak er een kaars aan en zei: "Wanneer die kaars is opgebrand, kom ik jullie ziel halen". Daarop blies men de kaars uit en metselde ze in de muur opdat ze niet zou opbranden.
Een man die op een zondagavond naar huis kwam, zag plots een kaarsje naast zich. Even later verscheen het kaarsje vijfentwintig meter verderop. De man volgde het kaarsje en belandde in het bos, waar hij verdwaalde. Pas de volgende ochtend kwam de man…
Een knecht zette een kaars met een uitgeholde biet langs de kant van de weg wanneer hij wist dat er 's avonds iemand zou voorbijkomen. Voorbijgangers geloofden dan dat ze een stallicht hadden gezien.
In Tongeren liep een grapjas met een laken over zijn hoofd over de muur van het kerkhof. In zijn hand hield de grapjas een doodshoofd waarin een kaarsje brandde. Op een avond sloeg een dappere man het spook met een stok van de muur. De grapjas…
Op de hoek van de Drij Pikkelstraat en de Zijpstraat waren twee cafés waar veel volk kwam. Buiten stonden enkele jongens die nog te jong waren om op café te gaan. Op zeker ogenblik besloten de jongens de cafébezoekers een poets te bakken. Ze gingen…
Stalkaarsen waren uitgeholde bieten waarin grapjassen een kaarsje hadden gezet om voorbijgangers bang te maken. Meestal werden zulke bieten in donkere straten of langs afgelegen wegen gezet. Naar een stalkaars mocht men niet wijzen, want dan kon men…
Een man bezocht soms een medium en gebruikte keukenzout om zich tegen toverij te beschermen. Toen de man op een dag het slachtoffer was geworden van toverij, gooide hij wat keukenzout over zijn schouder. Daarna kwamen de tovenaars terug in de…