Twee zussen die 's avonds door het bos liepen, zagen opeens een lichtje verschijnen. "Het is een teruggekeerde dode", zeiden de mensen. Eén van de meisjes ging onbevreesd kijken. Het was een kaarsje dat brandde in een blikken doosje.
Sommige vrouwen konden op iemands vraag mensen pijnigen of doden door naalden in een kaars te steken. Er bestonden ook mensen die het bloed van de persoon die ze hadden vermoord, over de tafel konden doen stromen.
In een bos tussen Mol en Antwerpen woonde een jongen die nog nooit enige arbeid had verricht. Toen de jongen zijn legerdienst deed, maakte hij kennis met andere jongens die allemaal een beroep leerden dat hen veel voldoening gaf. Bij zijn…
Een man had aan de pastoor een stukje van de gewijde kaars gevraagd om onder de trap te steken. Daardoor kon de heks niet op de zolder en kon ze dus ook niet bij de wieg komen die daar stond.
Om klokslag middernacht begonnen de kinderen in een huis in de Biezenweide in Halle te huilen. De kinderen zagen een figuur staan, die hen sloeg, maar de anderen mensen konden niets zien. Die kinderen werden ziek en twee van hen zijn zelfs gestorven.…
Om de mensen bang te maken, zetten de kinderen kaarsen in uitgeholde rapen waarin ze twee ogen en een mond hadden gesneden. De mensen die zo'n doodkaars in een boom zagen staan, geloofden dat ze een spook hadden gezien.
Als de mensen problemen hadden met hun dieren of met het huishouden, geloofden ze dat ze door de kwade hand waren geraakt. Deze mensen gingen vaak naar de paters van Sint-Antonius in Halle om daar een kaarsje te branden.
Een stalkaars was een uitgeholde biet met een kaars erin, die men op een stok had gezet. De mensen die zoiets zagen, geloofden dat het lichtje met toverij te maken had.
Op een boerderij woonde een toveres die de mensen kon beheksen. Als ze haar hand op je schouder legde, dan was je bezeten. Een jongen die tegenover die boerderij woonde, durfde niet te gaan slapen als hij geen brandende kaars naast zijn bed had…
Bij D. aan de kerk in Waltwilder spookte het. Het spook blies driemaal achter elkaar een kaars uit. Toen een pater het spook kwam verbannen naar een palmstruik, zei de geest: "Jij hebt een pen gestolen". Daarop antwoordde de pater: "Die pen heb ik…
Een vrouw uit Schraveneke had elf kinderen. Ieder jaar kwamen de Arme Klaren bij haar een aalmoes vragen. Bij één van hun bezoeken zeiden de nonnetjes: "Is dat hetzelfde kindje van vorig jaar?" Het jongste dochtertje van de vrouw was helemaal niet…
Mina moest een vrouw uit Veldwezelt helpen bij de bevalling. Telkens wanneer Mina een gewijde kaars aanstak, ging de kaars uit. De duivel zat in de kamer.
Als men door een toveres op de schouder was geklopt, moest men haar vervolgens ook een schouderklopje geven. Op die manier kon men zich beschermen tegen de toverij. Om ervoor te zorgen dat toveressen niet konden binnenkomen, moest men een nagel van…
Een man plaatste vroeger een brandend kaarsje in een uitgeholde biet op een bekende spookplaats. De man verplaatste de biet soms, zodat de mensen wegliepen van angst.
Een man speelde voor spook door een zwart laken over zich heen te hangen. De mensen die terugkwamen van hun werk, liepen dan bang naar huis. Op een dag dreigde een man het spook af te ranselen met een stok. Daardoor werd de farçeur…