De kinderen die op het begijnhof woonden, trokken op de avond vóór Allerheiligen met uitgeholde suikerbieten en een kaarsje door de straten terwijl ze zongen: "Kaarsje voor een centje, tiderara, tiderara, kaarsje voor een centje, tiderara..."
Bij een familie in Meerhout was een meisje ziek. Vreemd genoeg hoorde men boven op de zolder altijd met steentjes gooien. Op een dag ontdekten de mensen op de zolder een kat. Zodra men een lucifer had aangestoken, liep de kat weg. Een vrouw uit…
Op een zondag zaten een man en een vrouw samen met hun kinderen bij de kachel. Toen er een miauwend katje binnenkwam, gooide de man het weer buiten. Hoewel alle deuren en ramen gesloten waren, kwam het katje opnieuw binnen. De man gooide het dier…
In Hazebroek woonde een vrouw voor wie de mensen bang waren. Die vrouw droeg altijd een zwarte doek op haar hoofd. Als men voorbij haar huis ging, moest men haar altijd groeten. Veel schoolkinderen durfden niet voorbij het huis van die vrouw te…
Bij een gezin in Avelgem kwam vaak een vreemde man op bezoek. Zodra die man weg was, werden de mensen in dat huis altijd ziek. De paters van Gent gaven de mensen de raad om te bidden zodat het kwaad uit het huis zou verdwijnen. Dat hielp echter…
Een vrouw was alleen thuis omdat haar man op bezoek was bij een tante die op sterven lag. 's Avonds hoorde de vrouw de hele tijd een geklop op de rolluiken en op de deuren. De vrouw stak een kaars aan en begon te bidden, maar het lawaai hield niet…
Toveressen konden niet binnen in de kerk. Men kon ervoor zorgen dat een toveres niet kon binnenkomen in huis door met een gewijde kaars op de drempel te wrijven. Ook in de sloten van de deuren moest men een stuk van een gewijde kaars steken.
Vroeger zette men soms een uitgeholde biet met een kaars in een struik om de mensen bang te maken. Soms gingen de mensen ook op het kerkhof voor spook spelen.
In 1886 had men bij een boerderij in Ijvegem een kapelletje afgebroken. Daarna verscheen gedurende drie opeenvolgende dagen een driedubbele kaars bij de deur van de boerderij. Nadat men het kapelletje opnieuw had gebouwd, verscheen de kaars niet…
In Oostende woonde een heks die een wit mutsje en een kapmantel droeg. Wanneer die heks 's ochtends bij het schip vis was komen kopen, dan vingen de vissers die dag helemaal niets. De mensen vertelden dat die heks veel toverboeken bezat. Ze kon de…
Vroeger zagen de mensen overal spoken. Als een grapjas met een uitgeholde biet en een kaars op het kerkhof ging staan of in een boom ging zitten, geloofden de mensen dat het een doodskaars was.
Op een dag had een boerin in de stal een vogeltje op één van de koeien zien zitten. Merkwaardig genoeg was de koe de volgende dag dood. Toen er al vier koeien waren gestorven, vertelde de boerin haar probleem aan een bezoeker. Daarop sprak de man:…
Een vrouw uit Rijssel die dacht dat haar huis behekst was, ging te rade bij een geestelijke, van wie ze een zakje met stukjes van gewijde kaarsen kreeg, om boven de deuren te steken. De vrouw verdacht een buurvrouw die geregeld bij haar op bezoek…
Bij een boom in het bos van Wijnendale spookte het. Men zag daar vaak een vrouwtje met een kapmantel rondlopen en er was soms een kaars te zien, die op en neer bewoog.
Een herbergierster kreeg altijd bezoek van een vrouw die naar de kinderen kwam kijken wanneer ze op weg was naar de winkel. Op zekere dag waren de kinderen ziek geworden, waardoor de mensen de herbergierster de raad gaven om die vrouw niet meer…
Een boer uit Wommersom had zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor een nieuwe schuur. Die schuur moest klaar zijn vóór de haan de volgende ochtend voor het eerst had gekraaid. ’s Nachts vertelde de boer zijn vrouw over de schuur. De boerin…