Op het kerkhof liep een man rond, die zich had verkleed als spook om de mensen bang te maken. Op een dag had iemand de man echter doodgeslagen met een mestvork.
Op de muur van het kerkhof wandelde een man die een wit laken om zich heen had geslagen. Toen men de man met een stok van de muur had doen vallen, hield hij er een gebroken been aan over.
Een boer die op kerstdag in zijn paardenstal zat, hoorde de paarden zeggen dat ze hun baas datzelfde jaar nog naar het kerkhof zouden brengen. De boer was erg verschrikt toen hij dat hoorde.
Een man liet zich door een vriend uitdagen om 's avonds naar het kerkhof te gaan. De vriend ging met een laken over het hoofd achter een graf zitten en speelde voor spook. Toen de man dat zag, liep hij doodsbang weg.
Vroeger zaten op het kerkhof veel uilen die een huilend geluid maakten. Het waren de zieltjes van ongedoopte kinderen. De pastoor kwam die zieltjes dan overlezen en verbannen naar de zee.
Een vrouw liep met een laken over haar hoofd op het kerkhof om de mensen bang te maken. Op een dag moest de vrouw rennen voor haar leven omdat een geschrokken voorbijganger haar weleens zou kunnen doodslaan.
Een jongen van de Verbrande Brug ging altijd op bezoek bij zijn vriendin. Op een dag schrok de jongen zich haast dood toen enkele van zijn vrienden met een laken over het hoofd op de muur van het kerkhof waren gaan zitten om de jongen bang te maken.
Een man ging op een mistige avond in de maneschijn door het veld naar de molen. Plots zag de man iemand over de mist lopen, met zijn voeten wel een meter boven de grond. Toen het spook bij het kerkhof kwam, verdween het.
Op de Vlooienberg achter het kerkhof van Tongeren stonden enkele oude huisjes waar het spookte. Om middernacht begonnen de spoken op zolder daar te rommelen.
Twee mannen gingen tijdens de winter op een zondagochtend de kerkklokken luiden. Opeens zag het tweetal een grote hond verschijnen, die hen volgde en hen kwaad deed. De haag van het kerkhof ging open en de hond verdween. Nadat de hond verdwenen…
Op het kerkhof van Kuurne spookte het. Bij de twee lege huisjes die daar stonden, zagen de mensen iedere avond een lichtschijnsel boven de graven. Dat waren teruggekeerde doden.
Enkele jongeren wandelden samen voorbij het Duits kerkhof in Beveren en zeiden lachend dat ze wel eens een spook wilden zien. Bij een bosje wat verderop waren altijd lichtjes te zien. De jongeren daagden elkaar uit om naar de lichtjes te wenken. Toen…
Vroeger zette men soms een uitgeholde biet met een kaars in een struik om de mensen bang te maken. Soms gingen de mensen ook op het kerkhof voor spook spelen.
Een man zag bij de ijzeren kruisen op het kerkhof iemand staan met een wit laken over zijn hoofd. In de overtuiging dat het iemand was die hem wilde bang maken, trok de man het laken weg en ging lopen. Toen de man bij zijn vrienden kwam, stelde hij…
Enkele mannen die 's avonds zaten te praten op de omgehakte bomen die op de hoek bij het kerkhof lagen, zagen plots een hond met een lange ketting voorbijkomen. Eén van de mannen sprak: "Dat is iets vreemds. Morgen breng ik een mestvork mee." Toen…
In een boom op het kerkhof zat een toverheks. Toen een dappere man op het kerkhof een been wegnam, riep de heks: "Dat is het been van je vader!" De man nam een andere been, waarop de heks zei: "Dat is het been van je moeder".
Een man ging kijken op het kerkhof omdat zijn zoon gezegd had dat daar een soort nevel hing. De man en de zoon zagen twee lichtjes met druppeltjes aan. Vader en zoon werden door het lichtje gevolgd tot bij het graf van een kindje. Daar verdween…
Drie kluchtspelers zagen in een café en daagden elkaar uit om op het kerkhof een doodshoofd te gaan halen. Toen één van de mannen op het kerkhof een doodshoofd opnam, hoorde hij een stem die sprak: "Dat is de mijne!" De man nam een ander doodshoofd…
Een man die tandpijn had, ging naar een tempel in Luik. De geestelijke sprak tot de wanhopige man: "Je moet me niet bedriegen, en je moet hier niet meer komen. We vragen geen geld. Je had maar eerder moeten komen!" Die geestelijken gingen namelijk…
Een naaister uit Torhout die naar Brugge ging, zag bij het kerkhof een boerderij in brand staan. Toen de naaister de volgende dag opnieuw naar die plaats ging, was er van de brand geen spoor te bekennen.