Duitse schapers beheersten de zwarte magie en hadden dus te maken met de duivel. De geestelijken beheersten de witte magie. Een vrouw die geen boter kon karnen, ging te rade bij de pastoor. De geestelijke beweerde dat hij daar niets kon aan doen en…
Omdat Kie M. geen boter meer kon maken, ging hij naar Tongerlo om wat water en zout te laten wijden. Hoewel de broeder beweerde dat de hekserij voor negenennegentig jaar was uitgeroeid, heeft hij het water en het zout toch gewijd. Daarna kon Kie M.…
Omdat heksen konden vliegen, geloofde men dat ze niet veel mochten wegen. Een vrouw die verdacht werd van hekserij, kon men dus laten wegen. Als haar gewicht evenredig was met haar grootte, dan kreeg ze een certificaat waarop stond dat ze geen heks…
Op een boerderij waar men geen boter kon maken, liet men het botervat door de paters overlezen. Een pater gaf de boer de raad om het botervat eens grondig te poetsen. Toen de boer dat deed, stelde hij vast dat de zeepschelf in het botervat lag.
Op een boerderij waar men geen boter meer kon karnen, liet men een veearts komen, die kon toveren. Die veearts wilde altijd alleen zijn in de stal, zodat niemand kon zien wat hij daar uitvoerde. De volgende dag kon men op die boerderij weer boter…
Op een boerderij waar men geen boter meer kon maken, ging men te rade bij de paters. Wanneer men op de boerderij boter ging karnen, moest men vader abt onmiddellijk laten komen. De geestelijke begon zelf te karnen tot de zweetdruppels van zijn…
Op een boerderij waar men geen boter meer kon karnen, liet men de pastoor komen om het botervat te overlezen. Wellicht stonk het botervat en kon men daarom niet karnen. De mensen schreven dat ongeluk echter toe aan de kwade hand.
Vroeger waren de mensen vaak bang voor zwarte katten omdat ze geloofden dat die dieren voortekens waren van ongeluk. Mensen die altijd door een zwarte kat werden geplaagd, gingen te rade bij de paters. De mensen moesten en pond boter naast de pomp…
Een man die boter naar de winkel had gebracht, durfde 's avonds niet meer alleen naar huis te gaan. Daarom bleef de man slapen bij de boer die de hoeve van drossaard Clercx op het Hobos huurde. De man deed echter geen oog dicht, want hij hoorde de…
Een boer was boter aan het karnen toen er een leurder langskwam. Omdat de boer weigerde iets te kopen, riep de leurder: "Blijf maar karnen!" Die dag slaagde de boer er niet in boter te karnen.
Twee boeren die geen boter konden karnen, gingen naar de paters omdat ze geloofden dat een vrouw met toverboeken voor het ongeluk verantwoordelijk was.
Een boerin die geen boter meer kon karnen, kreeg bezoek van een man die zei: "Dat is niet erg" en vervolgens koeienmest in het botervat gooide. Daarna had de boerin meer dan genoeg boter.
Op een boerderij waar men boter aan het karnen was, kwam een vrouw een liter karnemelk vragen. De vrouw kreeg echter niets.
Wanneer de mensen voorbij het huis van die vrouw reden, brak de zwengel van hun kar.
In Woumen woonde een toveres. Wanneer de mensen haar zagen aankomen, sloten ze snel hun deur. Wanneer de mensen geen boter konden karnen, geloofden ze dat ze de eerste persoon die de volgende ochtend op bezoek zou komen, moesten wegjagen. Over kleine…
Als de boeren geen boter konden karnen, gingen ze te rade bij de paters van Diksmuide. Die geestelijken baden dan tot de zweetdruppels van hun gezicht rolden.
Op een boerderij in Ledegem woonde een moeder bij het gezin van haar zoon. Toen de boer geen boter meer kon karnen, ging hij te rade bij de paters. Er kwam een geestelijke langs, die eens in de boeken van de moeder wilde kijken. Daarop beweerde de…
Enkele vrouwen kwamen altijd bij elkaar om boter te maken en wat te praten. Een vrouw die altijd kaf in haar boter had, ging naar de paters van Sint-Truiden. Nadat de vrouw een relikwie onder de dorpel had gestoken, kon één van haar vriendinnen…
In Roesbrugge woonde een vrouw over wie men vertelde dat het een toveres was. Omdat men op een boerderij geen boter meer kon maken en twee varkens en een koe zag sterven, ging de boerin naar de paters. De geestelijken gaven de boerin gewijd zout en…
Omdat men bij een boer geen boter meer kon karnen, liet men een tovenares komen. De vrouw ging op haar knieën zitten en begon te bidden. Daarna schreef ze op een briefje wat de mensen moesten doen. Kort daarop was het probleem opgelost.
Als men op een boerderij geen boter kon karnen, dan liet men de pastoor komen. Men moest de geestelijke dan alleen laten, zodat hij de melk kon overlezen. Wanneer dat was gebeurd, was de geestelijke helemaal bezweet van inspanning.
Op een boerderij zag men altijd een grote hond uit het botervat kruipen wanneer men boter wilde karnen. Uiteindelijk zijn die mensen bij de paters te rade geweest.
Op een boerderij waar altijd een man melk kwam halen, kon men op zekere dag geen boter meer karnen. De boer ging naar de paters van Gent, van wie hij een paasnagel kreeg om boven de deur van de koeienstal te steken. Daarna is die tovenaar nooit meer…