Een boer leest 's nachts in zijn toverboek en al zijn vee verandert in boomstronken. Om de betovering ongedaan te maken, leest hij het boek achteruit en bindt hij zichzelf met een blauwe zakdoek om de hals aan de tafelpoot vast, onderwijl een stuk…
Een vrouw gooide eens iets naar een vreemde kat. Opeens was de kat verdwenen. De volgende dag kwam ze een kennis tegen, die helemaal bont en blauw was. Ze vroeg of ze hem de vorige dag zo geraakt had.
Minse Griper kon een volle fles drank laten komen door een schoppenboer uit te sturen. Het eerste borreltje moesten ze over de schouder heen gooien. Ook kon hij soldaatjes uit de haardkuil laten komen. Zijn vrouw, Tryn Snipel, kon kaartleggen.
Een vrouw vroeg bij een boerderij eens om onderdak. De knecht dacht dat het een man was, en gooide de gast een appel toe. Bij het vangen deed de vrouw haar knieën naar elkaar toe. Toen wisten ze zeker dat het een man was. De politie kwam om de man te…
Twee mannen waren eens aan het hout kappen. Een vreemde kat streek de hele tijd langs de benen van een van hen. Een van de mannen probeerde de kat weg te jagen door een bijl naar het dier te gooien. Opeens waren zowel de kat als de bijl verdwenen.…
Twee jongemannen spraken eens af dat de ze de eerste die langs de weg zou komen, te pakken zouden nemen. Het was juist Sterke Hearke die als eerste kwam, maar dat had die ene man niet door. Hij smeet hem op de grond. Hearke stond op, en zei hem dat…
Een boerenarbeider zei nergens bang voor te zijn. Op een keer stond er iemand op een bruggetje hem op te wachten. Hij zag wel dat het geen goed volk was. De man tilde hem op en gooide hem in het water. Toen draaide de arbeider aardig bij.
Een man werd eens met zijn petroleumkar en twee honden over de dijk heen gesmeten. Toen ze neerkwamen, stonden de petroleumbussen nog recht in de kar. De man durfde er nooit meer te rijden.
Een man uit Burgum, die met een hondenkar reed, werd altijd bij de Poel in Tussendijken van de kar getild en op het land gesmeten. Op het laatst durfde hij er niet meer langs.
Een man wilde eens een nieuwe fles drank. Hij gooide een speelkaart van de boot in het water. Toen zweefde er een fles op de tafel. Het eerste glaasje heeft hij over zijn linkerschouder gegooid.
Een jongen was aan het werk toen hij even uit de broek moest. Hij kwam maar niet terug en toen men hem ging zoeken, vond men hem met het hoofd op de dijk. Hij was geslagen door een heel klein mannetje. Die had hem van de dijk op het land gesmeten, en…
Een man vloekte en tierde altijd vreselijk. De kwade smeet hem toen over de wijk. Toen hij thuis kwam, stond het eten op tafel. Hij kreeg een vork in zijn hand om te eten. Toen heeft hij een pak slaag gekregen.
Een man was aan de drank en spotte altijd met de duivel. Op een keer werd hij zomaar over de bosjes heen gegooid, waarna hij voor dood bleef liggen. De volgende dag heeft zijn vrouw hem op de kar thuisgebracht. Hij is nog een lange tijd ziek…
In Surhuizum vierden enkele spotters het heilig avondmaal in de kroeg. Een van hen is daarna op weg terug naar huis zo mishandeld en gegooid geworden dat hij nooit meer alleen buiten heeft durven lopen.
Een man, die nergens iets om gaf, had eens een hele avond in de herberg op zijn harmonica 'Wat kan de duivel spelen! Wat kan de duivel dansen!' gespeeld. Toen hij terug naar huis ging werd hij een paar keer over de dijk gegooid. Helemaal bont en…