Een man was aan de drank en vloekte erg veel. Op een keer kwam hij weer uit de kroeg, toen hij de duivel tegen kwam. Ze vochten samen, en de man kwam helemaal bont en blauw weer thuis.
Een man was eens aan het vloeken en opscheppen en hij beweerde dat hij de duivel wel eens zou willen ontmoeten. Op de terugweg zag hij toen langs de dijk een zwart ding met een paar gloeiende ogen. Hij gooide er stenen naar, en het ding maakte een…
Een vent dronk veel en zei van alles. Op een keer werd hij achtervolgd door een wit konijntje. Hij meende dat dat de duivel was. Sindsdien dronk hij niet meer.
Een aantal jongelui komt van het hardrijden bij Stiensgea vandaan en een van hen is een spotter en zegt dat hij voor de duivel niet bang is en daagt hem uit te komen. Ze gaan van Blaufallaet naa Surhuzum waarlangs het pad een vaart loopt en de…
Sjoerd Bennema woont en in Wâlden en zijn zus dient als meid in deze plaats. In de herberg hebben jonge knechten spottend het avondmaal gehad. Buitengekomen zien ze een wezen met gloeiende ogen. Een knecht vlucht het veld in en de volgende dag vinden…
Een kleine, gedrongen man met de naam Samson zit in het leger en zij verwachten aangevallen te worden door Turken. Een van de mannen zegt spottend dat ze niet bang hoeven te zijn, want ze hebben Samson bij zich. Samson zegt dat hij dan het kaakbeen…
Hindrik Holthuis spot met alles en als hij een keer uit de kroeg naar huis loopt komt hij de duivel tegen, waar hij mee spot.Vervolgens gooit de duivel hem weg en Hindrik houdt er een stijf been aan over. Daarna wordt hij een trouwe kerkganger van de…
Een paar mannen kwamen eens uit de kroeg, waar ze zich niet erg netjes gedragen hadden. Halverwege de terugweg werden ze opeens over de bomen heen gesmeten.
Een jongeman vloekte nogal wat. Op een nacht was hij onderweg, toen een plaagbeest hem de hele tijd achtervolgde. Het dier was zwart, en zo groot als een kalf.
Een man had heel de avond in de kroeg zitten vloeken en zweren, en hij had beweerd voor de duivel niet bang te zijn. Toen hij uit de kroeg kwam, zag hij een oude ketel liggen. Hij streek er met zijn mes over. Toen is hij drie keer neergesmeten…
Drie mannen kwamen eens terug uit de kroeg. Een van hen had vreselijk zitten vloeken enzo. Op de terugweg kon hij opeens niet meer verder lopen, hij bleef stokstijf staan.
Een dronken man zette eens een koffiekan met koffie in de brandende kachel en zei: "Als er een god is, dan ben ik niet bang voor hem." Maar toen ging het in huis zo vreselijk te keer, dat de man doodsbang op de vloer lag.
Een man kwam eens stomdronken uit de kroeg. Hij liep te vloeken en te zweren en beweerde voor de duivel niet bang te zijn. Toen kwam er een klein hondje bij hem, die trok hem zo de sloot in. Daar vochten de man en het hondje. Helemaal blauw en onder…
Een man werd vaak door de duivel neergesmeten. Soms was hij in het achterhuis van een winkel aan het werk, en hoorden de mensen hem kermen. Dan pakte de duivel hem.
Vier mannen waren eens aan het vissen. Drie van hen waren grote spotters, en ze hadden ook nu weer een grote mond. Totdat het opeens hard begon te waaien, en de drie iets raars zagen. Ze renden hard weg. De vierde man zag niets en bleef rustig…