Een lolbroek spreekt een bultenaar op een fiets aan: 'Zeg mijnheer, wilt u dat orgeltje ook verkopen?'. De gebochelde laat hierop een wind en zegt 'Als de toon je bevalt dan kunnen we het er eens over hebben'.
Een arme, stotterende bultenaar - Sierd - stuit op een dag op dansende aardmannetjes in het bos. De aardmannetjes zingen 'maandag, dinsdag, woensdag...' en merken dan de gebochelde op. De dwergen schrikken erg van de man. De man zegt tegen de…
De beruchte dief Japik Ingberts heeft gewed als bultenaar door het dorp te rennen en laat zich een brood onder de jas stoppen door de bakker. Terwijl de bakker zijn 'bochel' aanbrengt, steelt Japik diens gouden horloge.
Een echtpaar heeft een paar ongelukkige geboortes meegemaakt en vermoedt dat er een kwade macht achter zit. De pastoor raadt hen aan om bij de volgende bevalling niemand binnen te laten behalve de dokter en de vroedvrouw. Ze nemen de raad ter harte,…
Een gebochelde vioolspeler die op kermissen optreedt, ontmoet 's nachts op een open plek dansende dames. Die dames willen dat hij voor hen speelt. Ondanks zijn vermoeidheid doet hij het en de dames belonen hem rijkelijk. Hij doet het hierna nog twee…
Twee bultenaren lopen achter elkaar. De achterste scheldt de voorste uit. Als de voorste omkijkt om te zien wie hem zo uitscheldt, kijkt de achterste ook om. De voorste wordt bang en rent weg.
De duivel moet vanwege een afspraak zand verplaatsen in vaten. De vaten hebben echter geen bodem, en zo zijn er zandbulten (De Duvelsbulten van Wedde) ontstaan.
Japik Ingberts vraagt bakker hem een brood op zijn rug onder zijn jas te stoppen, want het moet lijken alsof hij een bult heeft. Ondertussen steelt hij het gouden horloge van de bakker.
Een arme, gebochelde arbeider met de naam Sjoerd is op een avond in het veld en wordt verrast door aardmannetjes die uit de aarde naar boven komen. De mannetjes vragen Sjoerd of hij met hen wil dansen. Tijdens het dansen zingen de mannetjes steeds…
Er werd vaak de spot gedreven met mensen met bochels en bulten. Hier had men zelfs een versje voor. Maar als men de spot drijft met anderen, kan men hier later voor gestraft worden.
Zoon van sterke man kan niet met volle kruiwagen bij de kant van een droge sloot opkomen. De sterke man tilt de kruiwagen op en zet die aan de andere kant neer.
Kankerpoppen waren ongeveer een vingerkootje lang. Het bestond uit een klein pakje, waar iets inzat dat kanker zou kunnen genezen. Om het pakje zat een doekje en een klein rond doosje. De kankerman of -vrouw moest eerst vaststellen dat iemand kanker…
Vrouw hoort het ineenstorten van stapel turf, maar de volgende morgen staat de stapel er nog. Het is het werk van een man, een tovenaar, die in de buurt woont.
Man die zegt zelfs voor de duivel niet bang te zijn, laat zich overhalen twee vingers naar de duivel omhoog te steken en te roepen om hem aan zijn vinger te trekken. De duivel trekt hem door het dakraam naar buiten en gooit hem op de grond.
Een man met één oog kwam een man met een bochel tegen. Hij vroeg de man waar hij zo vroeg zwaarbeladen heenging. De ander antwoordde dat hij niet in de gaten had dat het zo vroeg was totdat hij zag dat de ander maar één luik open had.
Een graaf valt uit het raam, maar houdt er alleen een bult aan over. Hij zegt dat Maria hem in haar schoot heeft opgevangen. De hofmeester antwoordt dat Maria dan erg harde knieën moet hebben.