Een vrouw uit Voorshoven ging met haar kindje op bedevaart naar Sint-Huibrecht in Glabbeek. In Glabbeek ontmoette de moeder een vreemde vrouw die het kindje over de schouder streek met de woorden: "Jezus, wat heb jij toch een mooi kindje!" Toen de…
Een boer uit Schapenbrugge bezat acht paarden. Vreemd genoeg stond er 's ochtends altijd een negende paard dat niet in de stal wilde. Een nieuwe knecht die op de boerderij kwam werken, gooide een touw met een kruis rond de nek van het paard en kon…
Toen Janneke G. met de kar naar Luik reed, werd hij gevolgd door een kat. In Vreren stapte Jan van de kar en sloeg naar de kat, die tegen de muur zat. Het volgende ogenblik stond er een vrouwtje tegen de muur, dat de man vroeg of hij dat nog een…
De waterduivels kwamen uit een beek met een ketting rond hun nek. Ze liepen met de mensen mee tot bij hun huis. Als men een kruisteken maakte, verdwenen de waterduivels of sprongen ze weer in de beek.
Een man zag een vreemde kat met een witte hals. Het was de geest van een boer die was doodgereden en kwam spoken omdat hij de laatste sacramenten niet had ontvangen. Toen iemand de kat wilde doodslaan, was het dier plots verdwenen.
Toen V. 's avonds naar huis kwam, zag hij bij een draaikruis iemand met een wit laken zitten. De man was erg bang en mompelde iets terwijl hij voorbij het spook wandelde. Wat verderop hoorde V. het spook zeggen: "Had Jan V. niet gesproken, dan…
In Battel (gehucht van Mechelen) kwam een vrouw met haring leuren. Een klein meisje kreeg van de vrouw altijd een kleine haring die ze niet moest betalen. Op een ochtend schreeuwde het meisje de hele tijd: "Die vrouw met de haring is daar! Die is…
In Vladslo stond een boerderij waar het spookte. Men had er nooit kalveren en de biggen hadden een scheve nek. De koeien stonden 's ochtends met hun staarten omhoog gebonden.
Twee mannen die bezems maakten, gingen de bezems op zaterdagavond verkopen in Handzame. Bij een boerderij werden de kleren van de verkopers door twee honden in stukken gereten. Op de boerderij kwamen ze de boer tegen, die zei: "Het is goed volk".…
Enkele mannen die de koeien gingen hoeden, zagen in de weide drie heksenkatten dansen in een kring. Eén van de mannen sprak: "Katjes van Minne, vanwaar komen jullie?" Daarop antwoordden de dieren: "Had Janneke V. ons niet op die manier…
Een man die op Allerheiligen met enkele vrienden was gaan kaarten, wandelde naar huis. De man was nog maar net vertrokken toen er plots een spook in zijn nek sprong. Even later was het spook verdwenen.
Op een boerderij in Meise spookte het. Een boer ging met zijn geweer naar de stal, waar hij zag dat de stier de nek werd omgewrongen door een onzichtbare gedaante. De boer kon niet schieten naar het spook omdat hij niets zag.
Een man die omstreeks middernacht terugkwam van de kermis in Bommershoven, kwam op de steenweg een vrouw tegen. De man was bang voor de vrouw, maar hij dacht bij zichzelf dat hij de vrouw wel met zijn stok in de nek kon slaan. Daarop sprak de…
Een boer uit Hoeke die 's avonds naar huis ging, werd gevolgd door een grote zwarte hond met een ketting rond zijn nek. De boer schopte verschillende keren naar de hond, maar het dier ging niet weg. Toen de boer thuiskwam, was de hond opeens…
Louis P. stampte naar een zwarte kat die hem hinderde. Daarop sprong het dier hem in de nek en krabde hem tot bloedens toe. Louis nam een stok om de kat te slaan, maar het dier was al spoorloos verdwenen.
Een man die op bedevaart ging naar Pittem, kwam in Emelgem een vrouw tegen, die vroeg of ze met hem mee mocht gaan. Daarop zei de man: "Als je niet zwijgt, dan sla ik met mijn stok in je nek!" Het vrouwtje was een tovenares.
Pastoors konden heksen herkennen. Nadat de pastoor bij het begin van de mis de kelk had getoond, zei hij: "Bid broeders, want de heksen hebben een bijenkorf in hun nek".
Een schaapherder die 's nachts in een hut logeerde, kreeg bezoek van een kat. De man sprak tot het dier: "Ah, mijn lief poesje, wat ben jij toch mooi!" Daarop antwoordde de kat: "Als jij niet zo mooi had gesproken, dan had ik je vannacht de nek…
In Tongeren liep een hond rond met een ketting rond zijn nek. Als die hond op de dorpel van een huis ging zitten, dan zou in dat huis binnen vierentwintig uur iemand sterven.
De weerwolf verborg zich meestal achter de steenoven tussen Kotem en Boorsem. Een man die daar voorbijkwam, werd door de weerwolf in de nek gesprongen. Nadat de man de weerwolf een stukje had gedragen, werd hij met rust gelaten.