Bouwe was een sterke man. Eens moest hij een hokkeling [eenjarige koe] naar de boot brengen. Het beest kwam klem te zitten tussen wal en schip en raakte te water. De omstanders zeiden dat het ze tegenviel dat Bouwe geen hokkeling kon houden, maar die…
In Feanwalden woonde een man, die in Hardegarijp naar de kroeg ging. Hij zat vreselijk te vloeken. Op de tergweg moest hij door de Foksegatten. Hij werd toen weggesmeten en vloog hoog in de lucht over de bomen heen.
Hearke was eens aan het rijden met zijn paard en volgeladen wagen. Een van zijn wielen brak tijdens de rit af. Hearke nam de as toen in zijn hand, hield de wagen zo omhoog en legde de reis op die manier af.
Bij het turf uitsteken deden de mannen een wedstrijd wie er het meeste op zijn schop kon tillen. Ruerd zette zoveel op de schop als de sterkste tillen kon, en daarbij nog zijn twee lege klompen. Toen stak hij de schop recht voor zich uit.
Ruerd Veenstra was eens in een cafe waar veel marktkooplui aanwezig waren. Een van de koopmannen sloeg regelmatig hard met zijn vuist op tafel. Ruerd ergerde zich daaraan, en om te laten zien dat hij daar niet van gediend was ging hij naar de man…
Sibe Meeksma is een hele sterke smid. Op een dag kwam Albert de Boer met zijn wagen vol zand. Toen de wagen wegzakte vroeg Albert Sibe hem te helpen. Sibe kwam te hulp en tilde de wagen op.
Melle was zo sterk, dat hij in zijn eentje een aambeeld kon optillen en verplaatsen. Anderen konden het daarna met geen man en macht van zijn plaats krijgen, en Melle moest het weer terugzetten.
Een stuk of vier mannen probeerden boomstammen op een kar te laden, maar dat lukte niet. Ze vroegen Hearke of hij wilde helpen en boden aan hem daarna te trakteren. Die tilde in zijn eentje alle boomstammen op de kar. Maar de mannen gingen er…
Twee boeren graven op de Zundertsche heide een schat op. Als ze hem bijna boven hebben ontsnapt een van de boeren van blijdschap een vloek. Daarop klinkt een donderslag en de schat ontglipt ze en verzinkt diep in de heide.
Twee jongens uit Hedikhuizen proberen een geldkist uit de sloot te trekken. Als eentje een opmerking maakt schiet de kist uit hun handen en zinkt hij dieper weg in de modder, om nooit meer gevonden te worden.
De rover Pater Tijs berooft alleen rijke mensen en laat arme mensen met rust. Een boer is bedroefd omdat hij een grote som geld aan huur moet belaten aan de leenheer. Pater Tijs vraagt wanneer de leenheer langskomt en leent de boer het ontbrekende…
Sterke Hearke was eens aan het ploegen op het land. Een man vroeg hem of hij ook wist waar Sterke Hearke woonde. Toen tilde Hearke met een hand de ploeg op en hij wees ermee naar zijn huis en hij zei: "Kijk, daar woont hij, en hier staat hij."
Sterke Hearke was eens aan het ploegen. Een man vroeg hem of hij ook wist waar Sterke Hearke woonde. Hearke stak de ploeg recht voor zich uit en zei: "Hier staat hij en daar woont hij."