Enkele mensen vertrokken op de ochtend van Allerheiligen naar Ichtegem om er te gaan biechten. Onderweg zag men een ezel de kasseiweg oversteken. Wat verderop in het Haringbos zag men iets in de gracht springen. De mensen spraken echter geen woord…
Op een nacht raakte een man uit Herzele hopeloos verdwaald. Pas tegen de ochtend kon de man zich oriënteren. Iemand die hem wilde plagen, had de man doen verdwalen.
Op het landgoed van Krundel tussen Munsterbilzen en Waltwilder stond een zwarte Lieve Heer. Op een dag zag een stroper daar iets vreemds. Over de weg lag een boom en wat verderop stond een vrouw die helemaal in het wit was gekleed.
Een man die nergens bang voor was, ging op een dag naar een herberg. Op een smal weggetje werd de man besprongen door klerre met zijn keet, die zich liet dragen.
Op zekere dag hoorden men op de weg een man roepen: "Wiens paarden zijn dat?" Enkele losgeslagen paarden versperden de weg voor de man die met de broodkar reed. De man sloeg met zijn zweep naar de dieren, die vervolgens naar de eerste boerderij…
Een man die omstreeks middernacht terugkwam van de kermis in Bommershoven, kwam op de steenweg een vrouw tegen. De man was bang voor de vrouw, maar hij dacht bij zichzelf dat hij de vrouw wel met zijn stok in de nek kon slaan. Daarop sprak de…
Een man die van Beveren naar Watou moest gaan, raakte hopeloos verdwaald, waardoor hij uren en uren op dezelfde plaats ronddoolde. Pas tegen de ochtend kon de man zich weer oriënteren. Vermits er die nacht geen nevel was, moet de man betoverd zijn…
Tussen twaalf en één zijn alle kwade schepsels op de been. Wie in die tijd ergens naartoe moest, kon het best in het midden van de weg lopen, ook al was het daar allemaal modder.
De kinderen die in Zussen naar school gingen, moesten door een smal weggetje langs het kasteel. De mensen maakten hun kinderen wijs dat het daar spookte en dat ze er daarom goed moesten oppassen.
Overdag liepen de rovers van de bende van Bakelandt rond in het bos. Ze gingen op verkenning als voorbereiding voor hun nachtelijke rooftochten. Op een dag waren twee mannen weg naar de mis in Langemark. Omdat ze nogal lang wegbleven, moest de knecht…
In Gistel woonde vroeger een jongen wiens peetoom kon toveren. Op een dag toverde die man een haag die langs de kant van de weg stond naar het midden van de weg. Later heeft men de boeken van die man afgenomen.
Om middernacht kwamen op een boerderij twee grote reuzen met paardenpoten uit een weggetje. De man die de reuzen had gezien, liep snel naar huis en sloot de deur. Daarna hoorde de man de reuzen nog over het erf lopen. Nadat men op die plaats een…
Een vrouw die verdwaald was geraakt, liep de hele tijd rond de weide. Toen de vrouw begon te bidden, zag ze plots een lichtje dat haar naar huis leidde.
Een tabaksverkoper ging op een dag niet naar huis langs de weg die hij gewoonlijk nam. De man ging door de weide, waar hij iemand ontmoette. Kort daarop raakte de tabaksverkoper verdwaald. Dat was wellicht de schuld van de man die hij had ontmoet in…
Een man die 's avonds laat terugkwam van de molen, ging in de richting van een mooi verlicht weggetje en raakte verdwaald. Toen enkele uren later een wagen met licht verscheen, kon de man zich plots weer oriënteren.
Een man die in Wulpen zijn vriendin ging opzoeken, moest langs de vaart zwemmen omdat hij langs de weg niet verder kon lopen. Dat kwam door de invloed van een pastoor.
Toon van de timmerman kwam 's avonds terug van de kermis in Budel. Onderweg verscheen er plots een grote zwarte hond die Toon de weg versperde. Toon prevelde snel een schietgebedje, waarna het dier hem doorliet.
Een pastoor was aan enkele vissers de weg gaan vragen. De vissers hadden de geestelijke echter een andere kant op gestuurd. Toen de vissers op zee waren, konden ze hun schip haast niet meer besturen. Uiteindelijk moest het schip door een ander…