Wanneer men in de schuur kwam, kon men de bussels hooi en stro soms zien bewegen. De mensen geloofden dat dat toverij was, maar in werkelijkheid waren het de muizen die de bussels deden bewegen.
Wie in zijn bed door de maar werd bereden, kon niet bewegen en had het gevoel dat er een zak bloem op hem lag. Een man die bij Koekelarebos verdwaald was geraakt, was ook het slachtoffer geworden van de maar.
Een man die vroeg in de ochtend naar Brugge ging, zag onderweg een rapen op de grond liggen. De man stootte met zijn stok tegen de rapen. Daarop liepen de rapen naar de beek.
Op een boerderij in Esen spookte het. Wanneer de mensen wilden gaan slapen, werden ze onderweg tegengehouden. De borden die op de schoorsteen stonden, bewogen. Toen één van de boeren bij zijn baard werd getrokken, vluchtte de andere naar het…
Een man die aan het maaien was, gooide zijn mes op de grond. Omdat het mes voortkroop over de weide, moest de pastoor met een processie komen. Het mes zat vol luizen.
In een café waar vaak werd gekaart, gebeurden tussen elf en één uur ’s avonds altijd vreemde dingen. Een man die een hartaanval leek te krijgen, bewoog onrustig en maakte bewegingen alsof hij ergens wilde in bijten. Men stak de man dan snel een lepel…
Boven moerassen en boven het water verschenen soms dwaallichtjes die op en neer bewogen. In de weide verschenen soms ook dergelijke lichtjes. Dat waren spoken.
In een café in de Brouwerijstraat riep een man: "Tafeltje dans, tafeltje dans!" Als men dan onafgebroken naar het tafeltje keek, meende men de meubel te zien bewegen.
Wanneer er vroeger een kind stierf, was het de gewoonte dat de kinderen uit de buurt een kruisje maakten met palmtakjes.
In Rekem was een kind gestorven. Zowel de dokter als de pastoor hadden bevestigd dat het kind dood was. Omdat de mensen de…
Op een boerderij werkte een meid die eenvoudig van geest was. Op een nacht sprong de meid uit haar bed en riep dat de boerderij in brand stond. Ze beweerde dat ze door de vlammen heen naar de deur van haar kamer had moeten lopen. De andere bewoners…
Doodkeersen die men tussen de bomen op en neer zag bewegen, waren teruggekeerde doden. Doden keerden bijvoorbeeld ook terug als ze ergens geld hadden begraven.
Wie door de maar werd bereden, kon niet meer bewegen en had het gevoel dat er een blok van honderd kilo op hem lag. In werkelijkheid was de maar een stilstand van het bloed.
Een man werd tijdens zijn soldatentijd voor het eerst door de maar bereden. De soldaat had het gevoel alsof iemand hem probeerde te wurgen en hij kon geen geluid uitbrengen. Helemaal bezweet van angst werd de man wakker. Sommige mensen beweerden dat…
Een man die 's nachts naar huis wandelde, zag op een plank over een beek een vreemd wit voorwerp liggen. Het leek wel een bol schapenwol, maar toen de man dichterbij kwam, bewoog het bolletje. Enkele dagen later maakte een andere man hetzelfde…
Doodskaarsen die de mensen vaak in een boom zagen op en neer bewegen, waren uitgeholde bieten met een kaars erin. Op die manier probeerden grapjassen de mensen bang te maken.
Een jongen uit Diest had tijdens de oorlog op de kermis een meisje leren kennen. Toen de jongen op zondagavond bij zijn vriendin op bezoek was, zag hij iets bewegen in de haag. Het leek wel een hond die de jongen diep in de ogen keek.
Op het kerkhof van Peizegem was een grafsteen omhoog gekomen. De mensen waren bang omdat ze dachten dat er een dode uit zijn graf was opgestaan. In werkelijkheid was de steen verschoven door een mol die in de aarde groef.