Een gezin had een huis gekocht in Keiem bij Diksmuide. Tijdens de eerste nacht werd de vrouw des huizes omstreeks twaalf uur wakker van een geluid. De vrouw zag een grote hand die de twaalf borden op de schoorsteenmantel verplaatste. De andere…
Lichtjes die terugkeerden, noemde men doodkaarsen. Dichtbij het huis van een man verschenen ook iedere avond lichtjes. De mensen geloofden dat op die plaats iets begraven lag.
Op de Goudenakker tussen Vlijtingen en Hees werd een gouden kist met een oorlogsschat verborgen. Die schat bevatte de perkamenten van de slag van Lafelt. Omdat alle soldaten gesneuveld waren, wist niemand waar de schat precies verborgen lag.
Drie vrouwen die op Kelchterhoef water gingen halen, zagen een geestelijke verschijnen. Eén van de vrouwen viel flauw van angst en de anderen gingen snel naar binnen. Drie maanden later verscheen de geestelijke weer, maar deze keer was hij veel…
De mensen geloofden dat er een gouden koets verborgen lag in een bergje in Paal. Ooit hadden enkele mensen in dat bergje een gang gegraven om die koets te vinden.
Een boer uit Wijtschate had op zijn veld een pot met geld gevonden. De boer nam het geld mee naar huis. De volgende nacht gebeurden er vreemde dingen op de boerderij; de paarden waren losgemaakt, de touwen van de koeien hingen dooreen en de…
De Tempeliers waren volksvertegenwoordigers die veel schatten bezaten. Omdat ze de godsdienstregels niet respecteerden, werden de Tempeliers door Alva verjaagd.
Tijdens de maand mei gingen de mensen bij het kapelletje een paternoster bidden. In het bosje naast de kapel hadden sommige mensen een doodkaars gezien. Dat betekende dat daar een fortuin verborgen lag.
Op de Engelhoek in Ingooigem was een bosje dat altijd vol rondspringende doodkeersen zat. De mensen zeiden dat dat overledenen waren, die terugkeerden naar hun geld.
In de gracht van een boerderij waar vroeger een ridder had gewoond, zou een gouden ridder begraven zijn. De mensen hebben de schat echter nog niet gevonden.
Men vertelde dat bij de kapel van Kuenen een kasteel in de grond was gezakt. Een jongeman die op een avond terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin, zag bij de kapel een witte juffrouw verschijnen. De juffrouw liet de jongen beloven dat hij…
Boven een put waarin een schat begraven lag, brandde iedere avond een rood lichtje. Wie in die put kroop en zijn adem één minuut kon inhouden, kreeg de schat. Als men toch ademde, dan was men dood. Die put lag in de buurt van Ichtegem of Eernegem.
Een vrouw die tijdens de winter bij volle maan samen met haar vader naar Ieper ging, zag in de verte een grote zwarte bol heen en weer over de straat rollen. Op zeker ogenblik rolde de bol tegen de haag van een nabijgelegen boerderij. 's Nachts…
Enkele houthakkers wandelden na het werk samen naar huis. Eén van de mannen had de gewoonte om te gaan stropen en zei: "Vorige nacht heb ik hier op deze houtblok een brandende kaars zien staan". De mannen gingen samen op café. 's Nachts ging de…
Een man zag iedere avond naast een elzenhaag een lichtje zweven. Op een avond ging de man naast de haag liggen en deed alsof hij dood was. Het lichtje begon hem te kietelen en haalde vervolgens een stoomketel met geld uit de grond. De man zag hoe…
Op het paardenkerkhof kwam 's nachts een grote hond. Op een dag heeft iemand op het kerkhof geld gevonden. Die man is gek geworden en heeft zich opgehangen.
Enkele jongens die nieuwjaar gingen zingen, zagen bij het Katteveld een een verlicht kasteel omgeven door schreeuwende katten. Een uur lang stonden de jongens naar het schouwspel te kijken, tot één van hen zijn paternoster bovenhaalde en begon te…
Een man die zijn geld aan de voet van een perenboom had verborgen, was gestorven zonder dat hij aan iemand had kunnen zeggen waar zijn geld lag. Op een nacht leek het alsof de boerderij waar de man had gewoond, in brand stond. Vooral aan de…
Vroeger durfden de mensen niet alleen naar de vroegmis te gaan, omdat tussen de Brakke en de overweg een vrouwtje kwam spoken met de woorden: "Een kan met een handvat, een kan met een handvat!" Op de plaats waar dat vrouwtje kwam spoken, zou iemand…
In Martenslinde liepen drie haasjes rond, die zich door niemand lieten vangen. Toen in het dorp een huis was afgebroken, vond men geld in de grond. Sindsdien heeft men de haasjes niet meer gezien.
Mensen die ergens goud hadden verborgen, moesten na hun dood terugkeren om hun geld te bewaken. Als ze met een mes konden steken op de plaats waar het geld verborgen was, dan waren ze verlost.