Aeltsje had een keer een kind van haar zus betoverd. De zuster ging toen met het mutsje naar de duivelbanner. Aeltsje mocht daarna nooit meer bij haar thuis komen. Aeltsjes grootmoeder was ook een heks.
Een stel dat een huis kocht in de Westerein, verkocht het weer nadat ze een lijkstoet hadden gezien. De zuster van de vrouw ging daarna in het huis wonen en stierf kort daarna.
De zuster van Paus Sixtus, die ooit waster was, werd tot gravin benoemd. Als gravin was zij erg hoogmoedig. Uit ontevredenheid werden daarover grappen gemaakt.
Mijn zus zag een heks in het huis van de buurvrouw, ging erheen en legde zout op het stoepje voor de deur; toen kon de heks niet naar buiten. Er kwam echter een kloek met kuikentjes en toen die erover waren gegaan, kon de heks er ook over.
In het begin van de 16e eeuw was de orde van Franciscanessen gevestigd in Huis Singraven bij Denekamp. Een van de jonge nonnen kon op een avond de verleiding niet weerstaan om tegen de strenge leefregels van het klooster in zich buiten het terrein te…
Een man gaat met het kapotte kamrad van zijn wanmolen naar de Houthemse rademaker, maar wordt er zo hindelijk voor de voeten gelopen door een kat, dat hij tenslotte het kamrad op de mestvaalt smijt. Als hij de volgende dag komt, zegt de vrouw van de…
Een vriend van enkele pelgrims beweerde dat St. Maria in Einsidlen, die zij zeer om haar goedheid prezen, zijn zus was. Hij werd hiervoor beklaagd en moest een verklaring afleggen. Hij zei dat de duivel in Constants en de God in Schafhausen zijn…
Een dienstmeisje werd op Eerste Kerstdag door haar werkgeefster ontslagen. Weet je welke dag het morgen is, vraagt zij het meisje. De feestdag van de heilige STEVEN, antwoordt het meisje. Nee, zegt de vrouw, het is een dag dat een hoer moet zien dat…
De waternimf Watramama was de beste vriendin van de spin Anansi. Als zij ging eten nodigde zij altijd haar vriend met luide stem uit. Echter, als Anansi ging eten riep hij zijn vriendin met een zachte stem, zodat ze het niet hoorde. Op een dag gaf…
Een zoon vertrekt van zijn ouderlijk huis om in militaire dienst te gaan. Na vele jaren, als de zoon rijk geworden is, keert hij terug naar zijn ouders, die inmiddels een herberg in het bos hebben. Onderweg komt hij zijn zuster tegen die hem herkent…
Na de dood van hun ouders erft de zoon een gouden ring die dood en verderf brengt, de dochter een kruis dat geluk en welvaart brengt. Uit jaloezie pakt de zoon het kruis af van de dochter, waardoor die sterft. Haar hand met de ring er aan groeit…
Mijn moeder heeft mij doodgemaakt,
Mijn vader heeft mij gegeten,
Mijn zuster Leentje heeft de botjes
Onder de lindeboom gesmeten.
Rikketikketik, wat mooi vogeltje ben ik!
Willebrord heeft meerdere malen wijn doen vermeerderen in kruiken en in vaten. Zo heeft hij twaalf dorstige bedelaars uit een kleine kruik laten drinken en liet hij in een klooster de wijn in de vaten toenemen.
Een jongetje wordt door zijn moeder gedood en door zijn vader gegeten. Het zusje gooit de beentjes onder de lindeboom. Het jongetje wordt een vogeltje dat een lied zingt en een kado belooft. Vader en zuster krijgen mooie kadootjes, maar de moeder…