Soms hing men een uitgeholde suikerbiet met een koordje aan een boom. Als de mensen die doodkeers dan op en neer zagen bewegen, geloofden ze dat het een teruggekeerde dode was.
Een man liet zich door een vriend uitdagen om 's avonds naar het kerkhof te gaan. De vriend ging met een laken over het hoofd achter een graf zitten en speelde voor spook. Toen de man dat zag, liep hij doodsbang weg.
Wanneer een man op een winteravond bij zijn grootmoeder op bezoek was geweest, moest hij altijd naar huis langs de Brusselsesteenweg. Op die plaats werd de jongen bang gemaakt door enkele mannen die zich als spook hadden verkleed.
Een vrouw liep met een laken over haar hoofd op het kerkhof om de mensen bang te maken. Op een dag moest de vrouw rennen voor haar leven omdat een geschrokken voorbijganger haar weleens zou kunnen doodslaan.
Een jongen van de Verbrande Brug ging altijd op bezoek bij zijn vriendin. Op een dag schrok de jongen zich haast dood toen enkele van zijn vrienden met een laken over het hoofd op de muur van het kerkhof waren gaan zitten om de jongen bang te maken.
Een man had een laken over een bussel stro gegooid en het stro in het donker vooruitgeduwd. Doodsbang liepen de mensen weg voor de verschijning die ze voor een spook hielden.
Bij een put in Beveren kwam 's avonds laat iemand spoken.
Bij de Helleketel spookte het ook. Daar woonde iemand die kikkers kon toveren. Terwijl men daar zat te eten, sprongen de kikkers op tafel.
Een boer die een mesthaak op zijn veld had laten liggen, ging de haak 's avonds halen. Op het veld zat een man die een laken over zijn hoofd had gegooid om de mensen bang te maken. De boer was echter niet bang en sloeg het spook met de mesthaak…
Een man uit Peizegem (Merchtem) was in een bakoven gekropen. Toen de vrouwen de volgende ochtend hout en stro in de oven legde, duwde de man het er weer uit, zodat de vrouwen geloofden dat het spookte in de oven.
Vroeger zette men soms een uitgeholde biet met een kaars in een struik om de mensen bang te maken. Soms gingen de mensen ook op het kerkhof voor spook spelen.
Soms gebeurde het dat grapjassen die dronken waren, zich verkleedden en een ketting achter zich aan sleepten opdat de mensen zouden denken dat ze Kludde met zijn keet hadden gezien. Veel mensen waren dan ook heel bang wanneer ze het gerammel van zo'n…
Doodkaarsen waren elektrische lampjes die door grapjassen in de mond werden gestoken.
Bij een haag in Poperinge werd ooit een man uit West-Vleteren betrapt, die er met een laken over zijn hoofd en een belletje in zijn hand ging spoken. Sommige…
Een stalkaars was een uitgeholde biet of raap waarin men een kaars had gezet. 's Avonds trokken grapjassen met zo'n stalkaars en met een laken over hun hoofd door de straten om anderen bang te maken.
Op een zondagavond hadeen man een laken over zijn hoofd gegooid om op de Nieuwbaan te gaan spoken. Toen de oom van de koster daar dronken voorbijkwam, kwam het spook tevoorschijn. De oom was echter niet bang en gaf het spook een flinke afranseling.…
Toveressen gingen soms met een laken over hun hoofd langs de kant van de weg zitten. Dat waren 'klerres'. Op zekere dag gaf iemand Klerre een flinke afranseling. Zo is men te weten gekomen dat er een mens onder het laken zat.
Vroeger zagen de mensen overal spoken. Als een grapjas met een uitgeholde biet en een kaars op het kerkhof ging staan of in een boom ging zitten, geloofden de mensen dat het een doodskaars was.