In Mielen verschenen 's nachts dwaallichtjes. Omdat men vertelde dat dwaallichtjes de zielen van doden waren, durfde niemand daar in de buurt te komen.
Op de weg van Beverst naar Hasselt was een postkoets geld verloren. Omdat de vinder het geld niet had teruggegeven, hoorden de mensen 's nachts een stem die riep: "Geef terug, geef terug!"
Een boer uit Gullegem zag in de lucht een dansende witte gedaante. Even later zag de meid van de onderpastoor van Kortrijk de gedaante ook. Men veronderstelde dat het de geest van de boer was, die terugkeerde. Nadat men een kapel had gebouwd,…
Een kleermaker die beweerde niet bang te zijn voor dode mensen, ging waken bij het lichaam van een overleden man in het dorp. Omdat de tijd slechts langzaam voorbijging, begon de kleermaker te zingen. Daarop sprak de dode opeens: "Als men waakt,…
De mensen geloofden dat er een dode uit zijn graf was opgestaan omdat er op het kerkhof een grafsteen was gezakt. Wellicht had er gewoon een mol of een konijn onder de grafsteen gewroet.
Vroeger moesten de zieltjes die kwaad hadden gedaan, na de dood terugkeren. Als iemand de moed had om het zieltje aan te spreken, dan was het verlost. Nu blijven de zieltjes in het vagevuur om boete te doen.
Twee meisjes die naar de kermis gingen, kwamen onderweg enkele Duitse schapers tegen. De herders zeiden goeiedag, maar de meisjes antwoordden niet. Daarop sprak één van de Duitse schapers: "Ze zullen snel terug zijn!" Wat verderop stelden de meisjes…
Bij de familie T. in Diepenbeek dwaalde een spook rond, dat de dieren in de kribbe gooide. De paters gaven de mensen de raad om voor het spook op bedevaart te gaan. Bij hun vertrek moesten ze een wandelstok bij de deur zetten en het spook voorop…
Op het Hobos spookte het. Een man die daar 's nachts bleef slapen, schrok toen om één uur alle ramen en deuren openvlogen. Dat was de geest van de drossaard geweest. Het spook was verbannen naar het brug tussen Eksel en Overpelt.
In een oud huis ging elke avond omstreeks dezelfde tijd het deksel van een zoutkist open en dicht. Omdat de bewoners van het huis bang waren, vroegen ze op een dag: "Als er voor iemand iets moet gedaan worden, laat het ons dan weten. Moeten we…
Enkele mensen kwamen 's nachts voorbij het kerkhof van Eggewaartskapelle. De mensen zagen daar een zwarte kat en joegen het dier weg. Bij het kerkhof van Wulveringem verscheen diezelfde kat opnieuw.
Een man en een vrouw hadden hun kind vermoord en het daarna opgegeten. Na die misdaad kwam het vermoorde kind op de zolder spoken met de woorden: "Mijn moeder heeft mij geslagen en mijn moeder heeft mij gegeten".
Een Duitse schaper die op een boerderij werkte, vroeg aan de paardenknecht: "Ga je mee naar Rome om er de kerstviering van de paus bij te wonen?" De paardenknecht stemde toe. De Duitse schaper maakte een grote mand waarin hij samen met de…
Een weduwnaar die om vier uur 's nachts de geest van zijn overleden vrouw naast hem zag liggen, haastte zich naar de pastoor om te vertellen wat er was gebeurd. De man had de klompen onder zijn bed ook horen rammelen. Nadat de man van de pastoor…
In 't Oenzeniertjesbus kwam 's avonds een doodkaars terug. Wel honderdvijftig of tweehonderd mensen kwamen naar de doodkaars kijken. In werkelijkheid was het een lantaarn op een stok waarmee één of andere grapjas de mensen bang wilde maken.
Een weerwolf was een gestorven mens die als straf moest terugkomen in de gedaante van een dier. Een weerwolf kon alleen terug mens worden, wanneer iemand hem deed bloeden.
In Tiewinkel, een gehucht van Lummen, stond een boom. Wanneer men aan de takken van die boom trok, riep hij: "oei, oei, oei, verlos mijn ziel!" Het was een teruggekeerde dode.
De moeder van een man was verdronken in een put. Omdat de man altijd werd achtervolgd door doollichten, zeiden de mensen dat de man zijn moeder had vermoord.
In Westkerke was een vrouw gestorven. Na de dood van die vrouw, hoorden de buren in haar huis geschuifel alsof iemand er op zijn pantoffels rondliep. Daarop gingen de mensen de dochters van de overleden vrouw verwittigen. In één van de muren van het…