Een vrouw uit Velm had een kindje dat gestorven was. Omdat het kind niet gedoopt was, bad de droevige moeder tot O.L. Vrouw. Maria maakte het kindje weer levend.
Omdat er in Montenaken een tyfus-epidemie heerste, haalden de inwoners de Bruine…
Op vochtige zomerdagen verschenen in laaggelegen gebieden soms dwaallichtjes die heen en weer bewogen. Men vertelde dat die lichtjes de zieltjes van ongedoopte kinderen waren.
Vroeger waakte men de hele nacht bij een dode. Wanneer de kaarsen die rond het lijk stonden, doofden zonder dat ze waren opgebrand, dan liep iedereen naar buiten. Het was immers een teken dat de dode weer levend zou worden.
Op het Hobos, waar de drossaard had gewoond, stonden nog veel galgen waaraan onschuldige mensen waren opgehangen. Het spook van de drossaard was verbannen naar een brug tussen Kerkhoven en 't Kamp. Een meisje dat over de brug wandelde, hoorde…
Flerus was een Duitse schaper die op een geitenbok reed.
Op een boerderij waar het vlas te drogen lag, riep de boer: "Het gaat onweren; al mijn vlas is om zeep!" Daarop sprak Flerus: "Er is nog niets aan de hand met je vlas!" en hij sprong op zijn…
Twee zussen woonden samen in één huis. Eén van de zussen was gestorven. De derde dag dat de overleden zus opgebaard lag, hoorde de andere zus de dode vrouw zeggen: "Het is toch wreed, ik geraak maar niet dood!" Daarop antwoordde de andere zus:…
Stalkaarsen waren lichten die men 's avonds in de stal of op het veld zag, en die de mensen volgden. Sommigen geloofden dat stalkaarsen de zielen waren van mensen die na hun dood waren teruggekomen omdat ze nog iets moesten zeggen. Men mocht niet…
Een zekere Pier beweerde bij hoog en bij laag dat spoken en heksen bestonden. 's Nachts hoorde Pier altijd lawaai op de zolder. Toen het raampje openstond, hoorde hij iets vallen. Ondertussen leek men te roepen: "Hulp, hulp! Dat waren verdwaalde…
De grafdelver had een weddenschap gesloten, waardoor hij 's nachts op het kerkhof moest blijven. Toen de man iets wits van de muur zag vallen, geloofde hij dat het een teruggekeerde dode was.
Naar stalkaarsen of dwaallichten mocht men niet wijzen, want dan kwam het licht naar de persoon door wie het was uitgedaagd. Sommigen beweerden dat dergelijke lichtjes teruggekeerde heksen waren; volgens anderen waren het de zielen van ongedoopte…
Een man uit Rutten kon 's nachts niet slapen omdat zijn overleden zus in zijn kamer kwam spoken. Het spook sprak tot de man: "Je moet voor mij bidden, of ik laat je niet met rust". Sindsdien heeft de man veel gebeden, waardoor hij wel kon slapen.
Een weduwnaar uit Menen zag iedere avond een bol langs de trap naar beneden gaan. Het was de geest van zijn overleden vrouw die kwam aanwijzen waar het geld verborgen lag. De pastoor beweerde dat de geest aan een draadje in het vagevuur hing.
Een grafdelver had op het kerkhof van Grijsloke een schedel opgegraven. De man kon de schedel niet meer begraven; de schedel kwam namelijk altijd terug naar boven en bewoog heen en weer. Doodsbang ging de grafdelver naar de pastoor, die de plaats…
Bij het kasteel van Wideux lag een oude omgewaaide eik. Men vertelde dat de geest van de gravin op die eik kwam zitten. Men mocht de boom dan ook niet weghalen.
In het Onzeheertjesbos vond men op een dag een Mariabeeld. Men bracht het Mariabeeld naar de kerk, maar de volgende dag lag het weer terug in de modder in het bos. Toen datzelfde nog een keer opnieuw gebeurde, besloot men dat het om een teken ging en…