Een man zag in de buurt van het kerkhof een kat met vurige ogen. Hoe meer de man achteruitging, hoe groter de kat werd. Toen de kat zo groot was als de kerk, liep de man bang weg.
Een boer wiens dieren allemaal ziek waren, liet iemand komen om de boerderij te zegenen. Terwijl dat gebeurde, liep er een grote zwarte hond uit de boerderij. De boerderij was dus behekst.
Vroeger waren er mensen die een uitgeholde biet met een kaars in het veld of op een verlaten kruispunt zetten. Voorbijgangers geloofden dan dat ze een stallicht hadden gezien en liepen snel weg.
Een man liep weg omdat hij er van overtuigd was dat hij achtervolgd werd door iemand die riep: "Ik pak je, ik pak je!" Het geluid werd echter veroorzaakt door de pijpen van de fluwelen broek die de man droeg.
Een jongeman die 's winters samen met zijn vader op frettenjacht was, zag 's avonds tussen Averbode en Testelt een lichtje naar zich toe zweven. De jongen en de vader waren zo bang dat ze onmiddellijk naar huis gingen.
Enkele mensen die op een boerderij bij de haard zaten, zagen een haan met een grote rode kam binnenkomen. Het dier liep even rond en veranderde dan in een zwarte kat die zich niet liet wegjagen. De boerin nam een borstel en sloeg naar de kat. Het…
Op een avond kwam Hans H. dronken naar huis langs de Romeinse Kassei en de straat die later de naam 'Kerkstraat' heeft gekregen. Bij de oude gracht aan de 'hophof' zag Hans iets vreemds. Over de grond bij de gracht rolde een soort zak waar een…
Lowieke van de molen zag 's avonds een zwarte kat over de muur van het kerkhof lopen. Wat verderop zag de man een hond met een ketting in de gracht zitten. Omdat de hond hem volgde, liep Lowieke naar huis zo snel hij kon.
Men vertelde dat bij de kapel van Kuenen een kasteel in de grond was gezakt. Een jongeman die op een avond terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin, zag bij de kapel een witte juffrouw verschijnen. De juffrouw liet de jongen beloven dat hij…
Een man die op weg was naar zijn vriendin, dacht dat hij in de verte een groep mensen zag staan. Toen de man dichterbij kwam, stelde hij echter vast dat het geesten waren. De man was zo bang dat hij begon te rennen. Hoe sneller hij liep, hoe sneller…
In Beert stond een huis waar het spookte. Later kwam men echter te weten dat de buren in dat huis kwamen spoken, omdat ze de bewoners wilden verjagen en het huis zelf wilden kopen. De buren rammelden met een ketting en kwamen op de deur kloppen om…
Vroeger hadden pastoors en dekens de macht om door middel van gebeden mensen die van huis waren weggelopen, te laten terugkomen. Wanneer die mensen een water waren overgestoken, hadden de geestelijken echter geen macht meer over hen.
Vroeger geloofden de mensen dat stallichten tekens waren waarmee God wilde laten weten dat er ergens iemand kwaad had gedaan. Als men naar een stallicht had gewezen, moest men zich zo snel mogelijk uit de voeten maken.
De bende van Pollet vertoefde in Frankrijk. Hoofdman Pollet werd driemaal gevangen genomen, maar hij slaagde er altijd opnieuw in om te vluchten. Uiteindelijk werd Pollet onthoofd. De bendeleider had zelf veel moorden gepleegd.
Een man die in de verte een stallicht zag, wees naar de verschijning. Daarop kwam het licht naar hem toe. De man vluchtte weg en sloot zich op in zijn huis.
Stallichten waren wellicht vaak sterren of de maneschijn.
Bij het kasteel verscheen altijd een paard zonder kop. Twee jongens die een grap wilden uithalen, trokken een laken over hun hoofd en namen een ketting waarmee ze naar het kasteel trokken. Toen de jongens het paard zonder kop zagen aankomen,…
Een pastoor kon mensen die tijdens de mis teveel hadden gebabbeld, aan hun stoel vasttoveren, zodat iedereen hen kon zien.
Als er een vrouw was weggelopen bij haar man, kon de pastoor die vrouw doen terugkeren.
Wie iets was kwijtgeraakt, moest…
Een man ging 's nachts in de Vuufhuzenvaart in Woumen met een klein bootje vissen. Terwijl de man zat te vissen, zag hij uit het Rillebroek een lichtje komen. Het lichtje kwam recht op de man af en duwde zo hard op zijn paraplu, dat er water in de…
Bij een huis in Oostrozebeke stond iedere nacht een zwarte hond aan de deur. De paters van Tielt zijn de hond komen overlezen tot ze helemaal bezweet waren. Daarna heeft men de hond nooit meer gezien.
In een stoffenwinkel in Stavele wilden rovers een inbraak plegen. Toen de rovers een ladder bij het huis hadden gezet, begonnen de bewoners echter te schreeuwen, waardoor de rovers moesten vluchten.
Op de Maloe (?) stond een hut waar het spookte. Een man die samen met enkele vrienden terugkwam van de markt in Balen, besloot eens een kijkje te nemen in de hut. Toen de man bij de hut kwam, riep hij: "Als er iemand is, kom er dan maar eens uit". …
De bende van Baekeland bestond uit negenentwintig rovers die zowel in België als in Frankrijk actief waren. De leider van de bende heette 'Baekeland'. De rovers deden niets anders dan stelen en moorden. Toen de leider van de bende werd…
Mooie jonge meisjes werden nooit van toverij verdacht. Het waren altijd oude vrouwen, voor wie iedereen wegliep. In Bogaarden woonde een vrouw die zich vreemd gedroeg en daarom van toverij werd verdacht. Die toveres vertoefde altijd in de buurt van…